Samenvatting van het boek Mens erger je niet

Een boek over hoe mensen met elkaar in vertrouwde rondjes kunnen blijven draaien. Als een individu het aandurft, stapt hij over op autonoom gedrag. Echter, soms zijn er zelfs hulpverlenende instanties die meewerken aan het in rondjes blijven draaien.

Op één punt ben ik in de samenvatting afgeweken van het boek. In het hoofdstuk over spelen schrijft Eric Berne dat een spel een doorlopende reeks complementaire transacties is. Enkele hoofdstukken daarvoor schrijft hij over complementaire transacties, dat ze voorkomen bij activiteiten, rituelen en tijdverdrijven. Daarom omschrijf ik een spel als een reeks kruis-transacties.

Je kunt kiezen uit een samenvatting op boek- of hoofdstukniveau. Op hoofdstukniveau is het boek gegroepeerd in drie delen: spelanalyse, een spelenlexicon en perspectieven na het spel.

BOEK

Het eeuwigdurend probleem van de mens is hoe hij aan zijn tijd vorm moet geven, zeker in gezelschap. Mogelijkheden voor de invulling van de tijd zijn in volgorde van ingewikkeldheid: rituelen, tijdverdrijven, spelen, intimiteit en activiteit (kan tevens als kader dienen voor de andere mogelijkheden).

Het gedrag van een persoon is in te delen in drie aspecten: de Ouder, de Volwassene en het Kind. Als Ouder reageer je als je opvoeder destijds en als Kind neem je de houding aan die je vroeger als kind aannam. Bij een kruistransactie is bijvoorbeeld de prikkel van Volwassene naar Volwassene en de reactie van Kind naar Ouder.

Een spel is een doorlopende reeks kruistransacties met bijbedoelingen en een clou. Dit maakt een spel oneerlijk en hierdoor is de ontknoping dramatisch. Als er weinig ruimte voor intimiteit in je leven is, gaat er vaak veel tijd zitten in spelen.

De titel van een spel is vaak een kenmerkende uitspraak van dat spel. De spelen zijn gegroepeerd volgens de situaties, waarin zij het vaakst voorkomen:

levensspelen

Alcoholist, Schuldenaar, Geef mij een schop, Nu heb ik je ellendeling, Kijk nu eens wat je mij hebt laten doen

echtelijke spelen

In een hoek gedrukt, Rechtszaal, Koele vrouw, Zo druk, Als jij er niet was, Kijk eens hoe ik mijn best heb gedaan, Schatje

gezelschaps-spelen

Is het niet vreselijk, Schoonheidsfout, Stomme Ezel, Waarom doe je niet – ja maar

seksuele spelen

Vecht het samen maar uit, Perversie, Verkrachtertje, Het kousenspel, Herrie

onderwereld spelen

Agenten en dieven, Hoe kom je hier uit, Laten we Jopie eens neppen

spreekkamer spelen

Broeikas, Ik probeer je alleen maar te helpen, Behoeftigheid, Boer, Psychiatrie, Stommeling, Houten been

goede spelen

Vrijetijdsbesteding, Cavalier, Helpgraag, Raadsman, Zij zullen blij zijn dat zij mij hebben gekend

Er bestaat een sterke neiging tot inteelt met mensen die een verwant spel spelen. Ouders leren hun kinderen, hoe zij zich moeten gedragen. In de optimale situatie is er later voor het individu geen sprake van moeten, maar van een vrije keuze. Het bereiken van autonomie blijkt uit het vrijkomen of herkrijgen van drie capaciteiten: bewustheid, spontaniteit en intimiteit. Voor veel mensen zijn deze capaciteiten angstaanjagend, of zelfs gevaarlijk als je er niet op voorbereid bent.

Ter inleiding

Elk individu heeft een honger naar erkenning. Vooral in onze jeugd leren we compromissen te sluiten, hoe deze honger te stillen. In de transactionele analyse heet de basiseenheid van de sociale handeling een slag. Het uitwisselen van slagen vormt een transactie.

Het eeuwigdurend probleem van de mens is hoe hij aan zijn tijd vorm moet geven, zeker in gezelschap. Mogelijkheden voor de invulling van de tijd zijn in volgorde van ingewikkeldheid:

– rituelen;

– tijdverdrijven;

– spelen;

– intimiteit;

– activiteit (kan tevens als kader dienen voor de andere mogelijkheden).

De meest bevredigende vormen van sociaal contact zijn spelen en intimiteit, wel of niet binnen het kader van activiteiten. Intimiteit is vaak een privéaangelegenheid, vandaar de focus op spelen in dit boek.

I SPELANALYSE
1. Structuur-analyse

Het gedrag van een persoon is in te delen in drie aspecten (met hoofdletter):

– de ouderlijke zijnswijze van het ik (Ouder);

– de volwassen zijnswijze van het ik (Volwassene);

– de kinderlijke zijnswijze van het ik (Kind).

Alle drie hebben hun waarde voor het leven. Pas als één van de drie het gezonde evenwicht verstoort, is het raadzaam over te gaan tot analyse en herorganisatie.

Als Ouder reageer je als je opvoeder destijds en als Kind neem je de houding aan die je vroeger als kind aannam. Beide worden op twee manieren getoond. De directe Ouder reageert zoals zijn ouders, de indirecte Ouder reageert in woorden als zijn ouders maar staat niet achter deze woorden. Het aangepaste Kind wijzigt zijn gedrag onder de Ouderlijke invloed, het natuurlijke Kind is een spontane uiting zoals rebellie en creativiteit.

2. Transactionele analyse

Complementaire transactie: Prikkel en reactie op gelijk niveau (O-O: bijv. roddelen, V-V: bespreken of K-K: lol maken) of tussen tegengestelde niveau’s (O-K of K-O). Dergelijke transacties zijn verwacht. Ze komen voor bij activiteiten, rituelen en tijdverdrijven.

Kruistransactie: Prikkel is tussen Volwassenen en reactie is tussen Kind en Ouder (Verkoper: ‘Deze is beter, maar die kunt u zich niet veroorloven’. Klant: ‘Die neem ik.’).

Hoekige kruistransactie: Prikkel en reactie op sociaal niveau tussen twee Volwassenen en tegelijk op psychologisch niveau tussen Volwassene en Kind.

Tweevoudige kruistransactie: Prikkel en reactie op sociaal niveau tussen twee Volwassenen en tegelijk op psychologisch niveau tussen twee Kinderen.

3. Procedures en rituelen

De meest eenvoudige vormen van sociaal gedrag zijn procedures en rituelen. Beide zijn reeksen van eenvoudige complementaire Volwassen transacties. Bovendien zijn ze stereotiep. Procedures worden door de Volwassene geprogrammeerd en hebben betrekking op materie. Rituelen worden geprogrammeerd door de Ouder en hebben betrekking op omgangsvormen. Op een feestje helpen met hapjes en drankjes is een procedure en kennis maken met de gasten is een ritueel.

4. Tijdverdrijven

Het belangrijkste doel van een tijdverdrijf is het opvullen van een tijdsbestek. Het begin en einde van deze periode is vaak een procedure of een ritueel. Hoe meer je je aanpast aan het tijdverdrijf in kwestie, hoe meer voordeel je uit het tijdverdrijf kunt putten.

Voorbeelden van tijdverdrijven zijn ‘Wie heeft gewonnen?’ en ‘Garderobe’. In de eerste bespreekt men de sportuitslagen en in de tweede de kledingkeuze van de aanwezigen.

Tijdverdrijven komen vooral voor op sociale bijeenkomsten, zoals feestjes en de wachttijd voor een vergadering. Ze vormen de basis voor de selectie van kennissen. Bovendien kan een tijdverdrijf iemands rol in de groep bevestigen.

5. Spelen

Een spel is een doorlopende reeks kruistransacties met bijbedoelingen en een clou. Dit maakt een spel oneerlijk en hierdoor is de ontknoping dramatisch. Spelen kennen drie stadia:

– een eerstegraads spel is sociaal aanvaardbaar in het milieu van de speler;

– een tweedegraads spel leidt niet tot permanente schade, maar de spelers houden dit spel graag verborgen voor anderen;

– een derdegraads spel wordt in ernst gespeeld en eindigt in het ziekenhuis, de rechtszaal of het lijkenhuis.

In bijvoorbeeld het ‘verzekeringsspel’ is de agent in de groep een klant aan het zoeken, terwijl de andere aanwezigen zich bijvoorbeeld vermaken met het tijdverdrijf ‘De Balans’.

Bij de opvoeding leert het kind welke spelen het moet doen en hoe. Deze spelen bepalen wat je doet met de kansen en mogelijkheden in je leven.

Als er weinig ruimte voor intimiteit in je leven is, gaat er vaak veel tijd zitten in spelen.

II EEN SPELENLEXICON
Inleiding

In elk spel krijgt de hoofdrolspeler de naam Wit. Zijn eventuele tegenspeler heet Zwart en de overige spelers krijgen een willekeurige kleurnaam of de naam van hun rol. De spelen zijn gegroepeerd volgens de situaties waarin zij het vaakst voorkomen:

– levensspelen;

– echtelijke spelen;

– gezelschapsspelen;

– seksuele spelen;

– onderwereld spelen;

– spreekkamer spelen;

– goede spelen.

Een volledige omschrijving van een spel omvat de volgende onderdelen: titel, these, doel, rollen, dynamiek, voorbeelden, model, zetten, voordelen en relaties. In deze samenvatting komen in ieder geval de titel en de rollen aan bod. De titel van een spel is vaak een kenmerkende uitspraak van dat spel.

1. Levensspelen

Alcoholist

Alcoholist (Wit): Het opzetten van een situatie waarin het Kind ernstig berispt kan worden, niet alleen door de innerlijke Ouder maar ook door alle ouderlijke figuren in de omgeving.

Vervolger: Meestal de partner, hij pepert Wit zijn zonden in.

Redder: Degene die Wit smeekt zijn leven te beteren.

Dummy: De verzorgende, kleurloze persoon. Hij kan koffie voor Wit zetten, maar kan zich ook door Wit laten afranselen.

Connectie: De directe bron van de voorraad, bijvoorbeeld de caféhouder.

Schuldenaar

Schuldenaar (Wit): Op krediet kopen en vervolgens meer of minder moeite doen om onder de afbetaling uit te komen.

Crediteur: Meer of minder besloten het geld bij Wit te innen.

Geef mij een schop

Wit: Wit heeft omgangsvormen die overeenkomen met de tekst ‘s.v.p. niet schoppen’ op zijn shirt. Als anderen de verleiding niet kunnen weerstaan, zegt Wit zielig: ‘Er staat toch niet schoppen?’. Gevolgd door: ‘Waarom moet mij dit altijd overkomen?’. Er is sprake van omgekeerde trots: ‘Mijn ongelukken zijn beter dan de jouwe’.

Nu heb ik je, ellendeling

Wit: Hij let op de ander in de hoop dat die een fout maakt. Als dat gebeurt, kan Wit ten volle zijn woede laten merken.

Kijk nu eens wat je mij hebt laten doen

Wit: Hij heeft zijn bezigheden. Als Zwart hem iets vraagt, is Wit hierdoor geïrriteerd. Dit manifesteert zich in een foute handeling bij zijn bezigheden. Reden voor Wit om te zeggen: ‘Kijk nu eens wat je mij hebt laten doen!’.

2. Echtelijke spelen

In een hoek gedrukt

Wit: Hij wenst intimiteit met de partner te vermijden. Wit houdt afstand tot zijn partner door in een ruzie niet mee te werken aan een oplossing. Een tactiek is bijvoorbeeld naar de letterlijke tekst te luisteren en de onderliggende mededeling te negeren. Oppervlakkig gezien heeft Wit het dan bij het juiste eind.

Wit kan het spel ook spelen als ouder. Hierdoor komen de kinderen ‘aan alle kanten vast te zitten’.

Rechtszaal

Eiser: Hij dient de aanklacht in. Echter, fundamenteel gelooft hij dat hij ongelijk heeft.

Beklaagde: Hij dient de verdediging in.

Rechter: Hij spreekt de beslissing uit.

Jury: Zij spreken hun mening uit.

Koele vrouw

mw Wit: Zij is bang voor seksuele intimiteit. Ze zegt dat haar echtgenoot alleen maar belangstelling heeft voor haar lichaam in plaats voor haar. Dit krijgt de echtgenoot te horen, als hij ingaat op haar sensuele uitdagingen.

hr Wit: Hij is vaak ook bang voor seksuele intimiteit. Hoe lang hij ook wacht met ingaan op de sensuele uitdagingen, hij gaat voor de bijl als hij uiteindelijk toch toehapt.

Zo druk

mw Wit: Een huisvrouw die gevoelig is voor kritiek. Ze heeft een fantasiebeeld van haar moeder of grootmoeder in haar hoofd. Hierdoor is zij het eens met de kritiek van haar man en ze aanvaardt alle eisen van haar kinderen. Haar vele rollen wil zij vooral gelijktijdig spelen.

hr Wit: De echtgenoot die zijn vrouw kritiseert, als zij niet even efficiënt is als hij denkt dat zijn moeder was.

Als jij er niet was

mw Wit: Op sociaal niveau zegt zij als Kind tegen haar man: ‘Als jij er niet was, had ik uit kunnen gaan en mij kunnen amuseren.’. Op psychologisch niveau is de boodschap als Kind: ‘Ik zal er altijd zijn, als jij me helpt angst verwekkende situaties te vermijden’.

hr Wit: Op sociaal niveau zegt hij als Ouder tegen zijn vrouw: ‘Blijf thuis en pas op het huis.’. Op psychologisch niveau is de boodschap als Kind: ‘Je moet er altijd zijn, als ik thuiskom. Ik ben doodsbang dat je me verlaat.’.

Vriendin: Zij is bereid het spel Als hij er niet was met mw Wit te spelen.

Kijk eens hoe ik mijn best heb gedaan

hr Wit: Hr wil eigenlijk scheiden, maar lijkt enige tijd constructief mee te werken bij de relatietherapeut. Na een aantal sessies weigert hij nog te komen. Als zijn vrouw hierdoor gedwongen een echtscheiding aanvraagt, zegt hr Wit: ‘Kijk eens hoe ik mijn best heb gedaan.’. Hem treft geen blaam.

mw Wit: Mw heeft bij aanvang wel de intentie het huwelijk te redden.

Therapeut: Als hij dit spel niet doorziet, kan hr Wit het spel tot het einde toe spelen.

Schatje

hr Wit: Hr vertelt een subtiel afbrekende opmerking over zijn vrouw en eindigt met: ‘Zo was het toch, schatje?’.

mw Wit: Zij stemt om twee redenen in met hr zijn verhaal: zijn verhaal is grotendeels juist en zij wil niet onvriendelijk lijken iemand af te vallen die haar schatje noemt. Zij is met hr getrouwd omdat hij haar de dienst bewijst haar tekortkomingen bloot te leggen en haar daarmee de pijnlijke taak te besparen dit zelf te moeten doen.

3. Gezelschapsspelen

Is het niet vreselijk

Wit: Wit geeft openlijk uiting aan zijn ellende, maar hij is heimelijk vergenoegd bij het vooruitzicht van de bevrediging die hij uit zijn ongeluk kan wringen.

Schoonheidsfout

Wit: Zijn depressieve Kind zegt: ‘Ik ben niets waard.’. Als bescherming wordt dit omgebogen tot de Ouderlijke positie ‘Zij zijn niets waard.’. Wit gaat op zoek bij de ander, om die laatste stelling te bewijzen.

Stomme Ezel

Wit: Hij is uit op vergiffenis van Zwart. Hij veroorzaakt bijvoorbeeld (kleine) schade op een feest van Zwart. Na de ene schade volgt de andere.

Zwart: Hij wil niet boos worden op Wit, want dan wint Wit.

Waarom doe je niet – ja maar

Wit: Als hulpeloos wezen doet hij een beroep op de deskundigheid van zijn toehoorders. Echter, hij wijst alle suggesties (Waarom doe je niet …) onderbouwd af (Ja, maar …).

4. Seksuele spelen

Vecht het samen maar uit

Wit: Zij zet een competitie op tussen twee mannen. Terwijl deze mannen vechten, gaat zij er met een derde vandoor.

Perversie

Wit: Wit zijn perversie past bij een verward Kind. Als hij overgaat tot geseling in woord of daad, haalt hij meer bevrediging uit het vernederende voorspel dan uit coïtus zelf.

Verkrachtertje

Wit: In de onschuldig vorm geeft zij aan dat zij beschikbaar is en beleeft haar plezier aan de jacht van Zwart. Zodra hij zich bloot heeft gegeven, is het spel afgelopen.

Als kwaadaardig spel brengt zij Zwart tot compromitterend lichamelijk contact en beweert dan bijvoorbeeld dat Zwart haar heeft aangerand. In beide gevallen vindt ze dat haar geen blaam treft.

Zwart: Hij gaat in op de avances van Wit.

Het kousenspel

Wit: Toegepast op de naam van het spel, ontdekt zij in onbekend gezelschap een ladder in haar kous en laat hierbij een groot deel van haar ontblote been zien. Dit spel is destructief voor haar, omdat ze dit spel speelt bij veel mensen die ze ontmoet.

Herrie

Vader Wit: Vaak kan hij alleen met zijn dochter in één huis blijven wonen, als zij kwaad zijn op elkaar. Als hij het initiatief neemt, maakt hij aanmerkingen op zijn dochter. Het spel eindigt als één van de twee (of beiden) zich terugtrekt in de slaapkamer en de deur dicht slaat.

Dochter Wit: Zij reageert brutaal op de aanmerkingen van haar vader, waardoor er ruzie ontstaat. Als zij het initiatief neemt, doet zij brutaal tegen haar vader.

Moeder Wit: Zij is een seksueel geremde moeder.

5. Onderwereld spelen

Agenten en dieven

Dief: Het Kind van de dief wil gepakt worden. Een vergelijkbaar kinderspel is verstoppertje, dat een kind alleen maar leuk vindt als zijn vader hem uiteindelijk vindt.

Agent: Hij vervult de Ouder-rol.

Hoe kom je hier uit

Wit: Hij wil bijvoorbeeld uit de gevangenis. Zijn Ouder en Volwassene vertonen het gewenste gedrag, tot vlak voor de beslissing over de vrijlating zijn Kind roet in het eten gooit. Zijn Kind is bang voor de onzekere buitenwereld.

Laten we Jopie eens meppen

Wit: Hij hoort van zijn mede oplichters, dat domme eerlijke Jopie er gewoon op wacht dat iemand hem neemt. Wit laat zich passief opnemen in het complot. Als Jopie door toeval hen te slim af is, voelt Wit zich geroepen volgens de regels van Jopie te gaan spelen.

6. Spreekkamer spelen

Broeikas

Wit: Hij stelt het op prijs als zijn geëtaleerde gevoel dezelfde aandacht krijgt als een exotische plant in een broeikas. Hij vermijdt intimiteit omdat hij bijvoorbeeld beperkingen oplegt aan de reacties van de aanwezigen. Een ongewenste reactie is bijvoorbeeld een analyserende vraag.

Ik probeer je alleen maar te helpen

Wit: Hij biedt zijn hulp aan vanuit de rol van Ouder, niet als Volwassene. Hij wil aan anderen laten zien, hoe goed hij voldoet. Als reactie krijgt hij van het Kind van de ander terug, dat hij tekortschiet.

Zwart: Hij speelt het spel Behoeftigheid.

Behoeftigheid

Wit: Hij werkt niet mee aan een constructieve oplossing van zijn probleem. Liever blijft hij in zijn behoeftige situatie.

Zwart: Hij speelt het spel Ik probeer je alleen maar te helpen.

Boer

Wit: Zij kijkt als boer op tegen bijvoorbeeld een dokter. Als Kind wil ze haar imago ontlenen aan het imago van de dokter.

Psychiatrie

Therapeut: Hij vindt zichzelf een goede genezer. Zijn houding is: aangezien ik een genezer ben, is het jouw schuld als je niet beter wordt. Bij hem geen relativerende spreuken als ‘Ik behandel ze, maar God geneest ze’ en ‘In de eerste plaats geen schade doen’.

Patiënt: De patiënt zoekt dergelijke therapeuten op, waarbij hij aantoont dat hij niet te genezen is.

Stommeling

Wit: Hij krijgt Zwart zover, zo te reageren alsof Wit stom is. Wit vraagt hiervoor geen vergiffenis of gaat leren van zijn fouten, want dat ondermijnt zijn positie.

Zwart: Hij is bereid de gewenste reactie te geven.

Houten been

Wit: Hij heeft bijvoorbeeld een houten been. Tegen zijn omgeving zegt hij: ‘Wat verwacht je van iemand met een houten been?’. De oorzaak kan op allerlei terreinen liggen, dus behalve een lichamelijke aandoening kan bijvoorbeeld ook de cultuur of het economische systeem de oorzaak zijn van Wit zijn pleidooi.

Zwart: In de rol van therapeut heeft hij als ‘goede’ Ouder begrip voor Wit zijn pleidooi. Als ‘strenge’ Ouder verwerpt hij het pleidooi van Wit en gaat zijn wilskracht meten met die van Wit.

Zwart stapt uit het spel, als hij als Volwassene vraagt, wat Wit van zichzelf verwacht.

7. Goede spelen

Een ‘goed’ spel is een spel waarvan de sociale bijdrage zwaarder weegt dan de ingewikkeldheid van de beweegredenen ertoe. Dit geldt vooral als de speler zich zonder gezeur of cynisme bij deze beweegredenen heeft neergelegd.

Vrijetijdsbesteding

Wit: Zijn werk is secundair aan een bijbedoeling. Hij wil eigenlijk iets anders bereiken.

Cavalier

Wit: Hij is attent tegen vrouwen. Niet om te verleiden, maar om zijn kunst te vertonen van het maken van geslaagde complimenten. Hij is iemand die niet onder seksuele druk staat.

De vrouwelijke tegenhanger heet Vleitaal.

Helpgraag

Wit: Hij helpt altijd anderen, steeds met een bijbedoeling.

In de PR-industrie speelt men dit spel veel.

Raadsman

Wit: Hij deelt zijn kennis met de mensen die hem om raad vragen.

Zij zullen blij zijn dat ze mij hebben gekend

Wit: Hij werkt hard en doet zijn uiterste best om prestige te winnen. Hij wil dat de mensen die profiteren van zijn inzet, jaloers op hem worden. En als ze profiteerden van zijn inzet, dat ze spijt krijgen dat ze hem niet beter hebben behandeld.

III PERSPECTIEVEN NA HET SPEL
1. De betekenis van spelen

Historische betekenis

Er bestaat een sterke neiging tot inteelt met mensen die een verwant spel spelen.

Culturele betekenis

Verschillende (sub)culturen spelen bij voorkeur verschillende soorten spelen. Kinderen leren de spelen die passen bij de (sub)cultuur van hun ouders.

Sociale betekenis

Tijdverdrijven gaan vervelen en intimiteit buiten de privé-situatie kost moed. Daarom vullen veel mensen hun tijd met spelen.

Persoonlijke betekenis

Mensen kiezen voor de omgang met mensen die dezelfde spelen doen.

2. De spelers

Twee prominente groepen spelers in het dagelijkse leven zijn de Mokker en de Sufferd.

De Mokker is blijven hangen in de kwaadheid op zijn moeder (de Mokster op haar vader). Hij ziet pas van zijn voorrecht tot mokken af, als het alternatief hem voldoende de moeite waard lijkt.

De Sufferd is overgevoelig voor Ouderlijke beïnvloeding. Hierdoor komen zijn Volwassene en zijn Kind onvoldoende uit de verf, met ongepast of onhandig gedrag tot gevolg.

3. Een modelvoorbeeld

Een modelgesprek (zie boek) illustreert een conversatie zonder spel elementen. Een dergelijk gesprek is een activiteit, in dit geval verlicht met enig tijdverdrijf.

4. Autonomie

Het bereiken van autonomie blijkt uit het vrijkomen of herkrijgen van drie capaciteiten: bewustheid, spontaniteit en intimiteit.

Bewustheid is de capaciteit om op een eigen wijze bijvoorbeeld de vogels te horen zingen. De bewuste mens leeft in het hier en nu.

Spontaniteit betekent de vrijheid te kiezen welke gevoelens te uiten: de Ouder-, de Volwassene- of de Kind-gevoelens.

De wezenlijke aard van intimiteit is liefdevol te zijn.

5. Het bereiken van autonomie

Ouders leren hun kinderen, hoe zij zich moeten gedragen. In de optimale situatie is er later voor het individu geen sprake van moeten, maar van een vrije keuze. Op die manier is een vriendschappelijke scheiding van de ouders – en andere Ouderlijke invloeden – mogelijk.

6. Na spelen, wat dan?

Bepaalde gelukkigen zijn in staat de stap te zetten richting bewustheid, spontaniteit en intimiteit. Voor veel mensen zijn deze capaciteiten angstaanjagend, of zelfs gevaarlijk als men er niet op voorbereid is. Een passende oplossing is dan de techniek van ‘saamhorigheid’.