Het perspectief van kennis van meervoudige intelligenties

De betere scholen en musea demonstreren een onderwerp op verschillende manieren. Je kunt over een onderwerp een persoonlijk verhaal lezen, een schematische uitleg bestuderen, de toepassingen van alle kanten bekijken en betasten, het onderwerp zien in het perspectief van de geschiedenis, etc. Het diverse aanbod vergroot de kans dat veel mensen het onderwerp begrijpen. De achterliggende gedachte is de theorie van de meervoudige intelligenties.

Howard Gardner heeft in zijn boek “Soorten intelligentie” het begrip meervoudige intelligenties geïntroduceerd. Hij stelt dat het vermogen van ons brein niet is uit te drukken in één getal. De verschillende intelligenties zijn trouwens lastig te meten. Je kunt bijvoorbeeld de interpersoonlijke intelligentie niet testen via linguïstische of logische intelligenties. Idealiter meet je een intelligentie ongemerkt.

Tot nu toe vindt Gardner dat er acht verschillende intelligenties voldoen aan zijn criteria. Over een negende twijfelt hij: de existentiële intelligentie. Ik noem ze alle negen.

Hier ligt een mooie uitdaging voor de professionele media. Gaat het ze lukken het nieuws toegankelijk te maken voor verschillende intelligenties?

Linguïstisch

Tot linguïstische intelligentie behoort gevoeligheid voor gesproken en geschreven taal, het vermogen om talen te leren en de capaciteit om taal te gebruiken voor bepaalde doeleinden. Advocaten, woordvoerders, schrijvers en dichters horen tot de mensen met een hoge linguïstische intelligentie.

Logisch-wiskundig

Het vermogen om problemen logisch te analyseren, wiskundige opgaven te maken en wetenschappelijk onderzoek te doen. Wiskundigen, logici en wetenschappers doen beroep op hun logisch-wiskundige intelligentie.

Muzikaal

Het vermogen om muziekstukken uit te voeren, te componeren en te waarderen.

Lichamelijk/beweging

Het vermogen om je hele lichaam of delen van je lichaam (zoals een hand of je mond) te gebruiken om problemen op te lossen en producten te maken. Dansers, acteurs en sportlieden lopen voorop in lichamelijke-bewegingsintelligentie. Deze vorm van intelligentie is ook belangrijk voor handwerkslieden, chirurgen, wetenschappers die laboratoriumwerk doen, technici en vele andere technische vakmensen.

Ruimtelijk

Het vermogen tot het herkennen en manipuleren van zowel patronen op grote schaal (zeevaarders en piloten) als patronen op kleine schaal (beeldhouwers, chirurgen, schakers, grafici en architecten).

Interpersoonlijk

Het vermogen om de bedoelingen, motieven en verlangens van andere mensen te begrijpen en, dientengevolge, effectief te kunnen samenwerken met anderen. Beroepen: verkopers, leraren, klinisch psychologen, religieuze leiders, politieke leiders, acteurs.

Intrapersoonlijk

Het vermogen tot zelfinzicht, het bezit van een effectief zelfbeeld – inclusief een beeld van de eigen verlangens, angsten en capaciteiten – en de kunst om dergelijke informatie effectief te gebruiken bij het organiseren van je eigen leven.

Naturalistisch

Het vermogen tot het herkennen en classificeren van talrijke soorten – de flora en fauna – in zijn omgeving. Anders gezegd: het vermogen om samenhang te zien in de wereld om ons heen. Beroep: bioloog.

Existentieel

Het vermogen om je positie te bepalen ten opzichte van de uitersten van de kosmos – het oneindig grote en het oneindig kleine – en het verwante vermogen om je positie te bepalen ten aanzien van zaken als de zin van het leven.