Columns

Over van alles dat me boeit. Elke column heeft een datum van eerste publicatie. Als ik de column daarna nog verander, vermeld ik de laatste wijzigingsdatum. Die datum zie je ook hieronder in de inhoudsopgave.

4 december 2021

De afbakening tussen wetenschap en politiek

In het interview dat Thomas Bollen heeft met Eline van den Broek-Altenburg komen de pijlers van de wetenschap en de politiek goed ter sprake. Eline is gezondheidseconoom, epidemioloog en bio-statisticus, werkt op een universiteit in de VS én heeft ook politicologie gestudeerd. Met de corona-crisis als kapstok illustreert zij de waarde van “Schoenmaker, blijf bij je leest”. Met dank aan De Nieuwe Wereld en ook Chi Lueng Chiu, via wie ik dit interview tegenkwam. In de laatste alinea kom ik met mijn aanvullingen.

Eline benadrukt de rol van twijfel in de wetenschap. Altijd doet een wetenschapper bepaalde aannames en na het onderzoek staan deze aannames ter discussie, en daarmee dus ook de betrouwbaarheid van de resultaten. De politiek is het terrein van ideologieën. Het is aan een politicus waarde-oordelen uit te spreken en hier met andere politici én burgers over te discussiëren.

Instituten als het RIVM doen wetenschappelijk onderzoek namens de overheid. Vooral in Europa geven dergelijke instituten hun brondata niet vrij. In de wetenschap is openbaarheid van brondata juist steeds gebruikelijker. Dan kunnen onafhankelijke wetenschappers het onderzoek controleren of zelf ongevraagd ander onderzoek met de data doen, door bijvoorbeeld andere aannames te gebruiken.

Bij de corona-crisis blijken wetenschappers water bij de wijn te doen door al te publiceren, voordat hun onderzoek door andere wetenschappers is goedgekeurd. En soms heeft iemand wel een wetenschappelijke opleiding, maar schrijft een rapport namens een belangengroep of spreekt uit eigen ervaring. Zulke expert opinions zijn opinies en geen wetenschap.

Een wetenschapper presenteert feiten, correlaties en causaliteiten uit onderzoek dat is gedaan. Taalgebruik dat hier niet bij past, is “Het is goed als …”, of “Het is verstandig dat …”. Dergelijk taalgebruik past bij politici.

De politiek zegt zich bij de corona-crisis te laten leiden door wetenschappelijke inzichten, maar het lijkt meer op cherry picking: door studies te gebruiken die passen bij het gewenste beleid. Als wetenschap wél de leidraad is, zou er veel minder verschil zijn in het corona-beleid tussen de verschillende landen. Nogal een misser bij zoiets als een pandemie, volgens Eline. Verder laat de politiek steken vallen door selectief naar een bepaalde groep wetenschappers te luisteren. In het OMT zitten bijvoorbeeld geen gedragswetenschappers of gezondheidseconomen. Door de bezuinigingen staat ook de vrijheid van het wetenschappelijke onderzoek steeds meer onder druk.

Een grote JA van mijn kant naar meer onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Juist op terreinen waar de economische belangen groot zijn, lijkt het me voor ons welzijn belangrijk elementaire onderwerpen vanuit meerdere invalshoeken te onderzoeken. Want als de politiek daadwerkelijk gaat luisteren naar wetenschappelijk onderzoek, wil ik graag dat er een breed pallet aan onderzoek beschikbaar is. Want dat baart me zorgen in het verhaal van Eline: dat de wetenschappers nu behoorlijk op één lijn liggen over de aanpak van corona. Misschien onnodige zorgen, maar ze zegt zelf ook dat de vrijheid van wetenschap onder druk staat.

28 november 2021

De belangen van Edmund Burke

Laatst gewijzigd:

22 december 2021

De Brits-Ierse politicus Edmund Burke leefde in de 18-de eeuw. Hij zat eerst in de lokale politiek en maakte later de overstap naar de landelijke politiek. Bij die overstap deed hij een uitspraak, die nog steeds wordt gememoreerd. Hij zei tegen zijn kiezers in het district Bristol, dat hij in het Lagerhuis in London het algemeen belang ging te dienen. Niet dat hij het belang van Bristol zou vergeten, maar zijn leidraad werd het welzijn van de gehele natie.

Klinkt mooi. Past ook bij wat ik jaren terug op deze site schreef bij het perspectief van de politieke dilemma’s: het dilemma van Eigen belang vs. Algemeen belang. Bij dit dilemma lijkt het eigen belang me zo menselijk en heeft het algemeen belang iets nobels of rationeels. Het is niet voor niets dat zijn woorden nu nog steeds nagalmen.

Toch kijk ik er inmiddels anders naar. Neem voor het district Bristol de pink en voor Groot-Brittannië de hand. Dan zegt Edmund Burke: “Nu ik vertegenwoordiger van de hand ben geworden, ga ik niet meer de belangen van de pink dienen.” Dit illustreert voor mij dat het denken in termen van belangen een doodlopend pad is. In een gezond lichaam is er afstemming tussen alle onderdelen van het lichaam.

Een sprong naar een hedendaags politiek instrument: de ecologische voetafdruk. Voor zo’n instrument maakt het niet uit of je in de lokale politiek zit of in de landelijke. Daar moeten we volgens mij naar toe, naar instrumenten die oog hebben voor de wereldwijde impact van ons handelen. Opdat er geen deel van het leven op Aarde buiten de boot valt.

Een terzijde: De heer Burke richtte zich waarschijnlijk vooral op de economische belangen van de gegoede, witte mensen (mannen) in het Britse rijk. Ik tel 6x inzoomen, dus om dat nou “algemeen” te noemen…

26 november 2021

Mijn elektrische fiets

Voor ritten tot 15 kilometer pak ik bij droog weer mijn elektrische fiets. Wel had ik met mezelf afgesproken, tijdens mijn werk in de thuiszorg op eigen kracht te fietsen. Voor mijn verdere lichaamsbeweging wandel ik regelmatig. Goed voor de beweging, maar niet om te zweten.

Ergens wist ik wel dat inspanning me goed zou doen, maar het kwam er maar niet van. Tot een paar week geleden! Ik had de inspiratie om op eigen kracht een half uur te fietsen. Nee maar, ik zweette weer, ik voelde mijn hart kloppen! En wat een lekker gevoel na zo’n langere inspanning…

Het is dus echt zaak me regelmatig langer in te spannen. Dat heb ik nu wel aan den lijve ondervonden.

Voor mensen die overwegen een elektrische fiets te kopen: let op of de fiets ook makkelijk fietst zonder ondersteuning.

21 september 2021

De jongen die te veel voelde

Hersenonderzoeker Henry Markram heeft een zoon (Kai) met autisme. Vanuit zijn werk weet hij veel van de hersenen, maar in de opvoeding van zijn zoon voelt hij zich een behoorlijke leek. Lorenz Wagner heeft er het boek De jongen die te veel voelde over geschreven.

Na vele jaren onderzoek komt Markram zijn team tot de ontdekking dat autistische mensen juist sterk reagerende hersenen hebben. Daarom komen ze tot de conclusie dat jonge kinderen met autisme gebaat zijn bij (in mijn woorden) een natuurlijke, vertrouwde en rustige omgeving. Bij overprikkeling gaan bij autistische kinderen de luikjes dicht en daardoor kunnen ook delen van hun hersenen zich minder goed ontwikkelen.

Zelf heb ik een vorm van autisme (Asperger) en heb wellicht baat gehad bij een jeugd op de boerderij, ver van alle drukte en met maar één beeldscherm. En het is een automatisme bij me dat ik me afsluit, als ik qua prikkels aan mijn taks zit.

Een ander mooi detail van dit boek vind ik, dat Israël veel meer is ingesteld om ook autistische kinderen naar een gewone school te laten gaan. Ook daar is er speciaal onderwijs, maar het reguliere onderwijs is een stuk inclusiever, net als de arbeidsmarkt in Israël. Daar kunnen we in Nederland een voorbeeld aan nemen.

15 september 2021

Chaostheorie en klimaatverandering

In zijn boek Chaostheorie en klimaatverandering schrijft Carlos Madrid eerst over de ontdekking van chaos. De chaostheorie is inmiddels één van de complexiteitswetenschappen. Voor wiskundigen is chaos een combinatie van onvoorspelbaarheid en determinisme. Hiermee weerlegt de chaostheorie dat determinisme leidt tot voorspelbaarheid. Tot de 20-ste eeuw keken wetenschappers vooral naar lineaire systemen en negeerden niet-lineaire systemen, ze zagen het universum als het uurwerk van een klok. Het bijzondere van chaos is dat het niet sterk geordend is (zoals een kristal), maar ook niet sterk wanordelijk is (zoals rook). Het zit er tussenin.

In het tweede deel komt de invloed van chaos op ons klimaat ter sprake. Een belangrijk detail is dat we klimaatvoorspelling niet moeten vergelijken met weersvoorspelling. Een weersvoorspelling illustreert hoe gevoelig een chaotisch systeem is voor de invoergegevens: een kleine afwijking van een temperatuur of windsnelheid kan over een paar dagen een duidelijk andere weersvoorspelling geven. Bij klimaatvoorspelling is de focus verschoven van kwantitatief naar kwalitatief. Het gaat er vooral om het klimaat te begrijpen. In mijn ogen een nogal glibberig pad.

Eigenlijk realiseer ik me door dit boek, dat ik geen klimaatvoorspelling nodig heb als richtlijn voor mijn gedrag. Een blik in het verleden (het boek Sapiens) maakt mij al zeer duidelijk, hoe wij als mensen moeten kiezen voor een veel geringere impact op onze omgeving.

11 september 2021

Graag meer vraagtekens bij 9/11

Laatst gewijzigd:

8 januari 2021

Jaren terug zag ik een interview met Judy Wood. Zij verbaasde zich dermate over de beelden van de instortende Twin Towers, dat ze zich afvroeg: Where did the towers go?

Nu de aanslag 20 jaar geleden is, heb ik weer de overbekende beelden gezien: grote stofwolken en weg waren de torens. Een recent ongeluk in Nigeria (1 november) trok mijn aandacht.

NY-110-verdiepingen
Lagos-21-verdiepingen

Links het overbekende beeld van New York. De ambulance geeft het straatniveau aan. Hier stond een gebouw van 110 verdiepingen. Rechts het ongeluk in Lagos, Nigeria. Een gebouw van 21 verdiepingen in aanbouw is ingestort. Zo ziet voor mij een ingestort gebouw er uit.

Eind 2021 heb ik het boek van Judy Wood gelezen. Zij begint met benadrukken om stap voor stap onderzoek te doen: eerst wat is er gebeurd, dan hoe is het gebeurd en pas daarna wie heeft het gedaan en waarom is het gebeurd. Al heel snel domineerden de laatste twee vragen in de media.

Je zou zeggen: logisch toch, die eerste twee vragen zijn toch makkelijk te beantwoorden? Niet dus, kijk alleen maar naar bovenstaande foto’s. Dankzij allerlei beeldmateriaal en getuigenverklaringen blijken er vele observaties niet te passen bij de uitslag van het officiële onderzoek [the 9/11 Commission Report]. Ik noem enkele van deze observaties.

  • Voor een echte instorting is er veel te weinig puin na afloop.
  • Er ontstaat veel stof. De productie van stof gaat weken na de ramp nog door, met name in de stapel met puin. Deze stapel heeft een dermate lage temperatuur, dat reddingwerkers erover kunnen lopen.
  • Er zijn twee vliegtuigen, weinig vallend puin en toch is, naast WTC 1 en 2 (elk 110 verdiepingen), ook WTC 3 (22) verdwenen, is WTC 4 (9) met een denkbeeldig mes in tweeën gesneden en is het grootste deel verdwenen, heeft WTC 5 (9) verticale cilindervormige gaten, heeft WTC 6 (8) een groot verticaal cilindervormig gat in het midden en stort WTC 7 (47) pas aan het einde van de middag in.
  • De torens zijn in 10 seconden verdwenen. De bovenste verdieping kan alleen maar zo snel de grond bereiken, als deze verdieping onderweg nergens tegen een andere verdieping botst. Dat botsen gebeurt volop bij echt instorten. Terzijde: de instorting van WTC 7 duurt 18 seconden.
  • De top van WTC 2 valt opzij, maar deze zijwaartse beweging zet niet door.
  • Vlak voordat een gebouw “instort”, komt er aan één zijde, van onder tot boven, veel rook/stof uit het gebouw.
  • Diverse restanten van de stalen draagconstructies vertonen vervormingen, die niet passen bij een ingestort gebouw.
  • Veel stalen voorwerpen in het puin zijn behoorlijk verroest.


Hoe Cruijffiaans wil je het hebben? Je ziet het pas, als je het doorhebt… Judy Wood bleek een roepende in de woestijn en de meeste andere deskundigen hielden zich stil. Blijkbaar was er geen ruimte voor vraagtekens in de conclusies van het officiële onderzoek. In een rechtzaak tegen de staat heeft Judy Wood helaas geen gelijk gekregen.

In mijn ‘doorhebben‘ zie ik drie fasen. Eerst ging ik in 2001 volledig mee in de hoofdstroom. Rond 2011 zag ik voor het eerst een interview met Judy Wood. Het kwam wel binnen bij me, maar ik had nog niet door dat de ‘rare’ feiten zó voor het oprapen lagen. Anno 2021 zie ik weer de beelden en vind het vele stof van het vallende puin maar raadselachtig. Ik besluit haar boek te kopen. Wat een reeks aan glasheldere observaties staan er in het boek. Steeds met de nadruk op wat en geleidelijk ook welke hoe het beste bij de observaties past. Er is in 2001 iets heel bijzonders gebeurd en we volgden en masse het officiële verhaal.

Dankzij Noam Chomsky dacht ik wel alert te zijn op de invloed van de machtigen. Maar na 9/11 heb ik mij toch behoorlijk bij de neus laten nemen door de keuzes in de berichtgeving. Gelukkig dat Judy Wood haar carrière op het spel heeft durven zetten.

Hoe ver kunnen/mogen standpunten in een maatschappelijk debat uiteen liggen? Ik wist al dat spiritualiteit en homeopathie in het verdomhoekje zaten, maar blijkbaar geldt dat ook voor vrije-energie technologie (volgens Judy Wood passend bij alle observaties). Stel dát we getuige waren van een nieuwe technologie, dan had ik allang een opvolger van Edward Snowden verwacht. Hoe dan ook, het taboe om erover te praten, dat is er overduidelijk. En nu met corona zie ik weer de neiging naar een eenzijdig verhaal.

Wetenschap en twijfel gaan hand in hand. Daarom liever vragen stellen dan ergens een taboe van maken. Hoe samenhangend is het verhaal van mensen die van de hoofdstroom afwijken en waarom hebben ze die stap gezet? Zo houden we onszelf fris en levendig. En soms snijdt zo’n tegendraads verhaal hout, bijvoorbeeld bij Judy Wood.

31 augustus 2021

Twee inspirerende ministers

De opzet van het radioprogramma 1 op 1 was deze zomer, dat elke dag een minister van een nieuw denkbeeldig kabinet wordt geïnterviewd. Deze minister ontvouwt zijn/haar plannen in gesprek met Frénk van der Linden.

De gesprekken met “minister“ van Financiën Edin Mujagic en “minister” van Onderwijs Sjef Drummen zijn me vooral bijgebleven (ga via de link naar de knop Speel uitzending af). De eerste om zijn waarschuwing over de geldpersen die op volle toeren draaien en de tweede om zijn pleidooi voor de afschaffing van leerniveaus en eindexamens voor kinderen.

De tien gesprekken vinden plaats in week 31 en 32. Ik heb twee gesprekken hier apart vermeld, omdat deze mij het meest raakten. De andere gesprekken zijn ook zeker de moeite waard.

Mijn complimenten trouwens voor de prettige interviewstijl van Frénk van der Linden.

17 augustus 2021

Filosofie en spiritualiteit

Aan het einde van de middeleeuwen kreeg in West-Europa het rationele denken een steeds prominentere plaats in onze samenleving. En in het verlengde daarvan begon de (steeds meer stadse) mens zich meer boven de natuur te plaatsen.

In het boek Filosofie en spiritualiteit beschrijft Koo van der Wal hoe de westerse filosofie zich in gelijke tred vernauwde tot ervaringen uit de zichtbare wereld. Logischerwijs leidde dit uiteindelijk tot uitspraken als ‘God is dood’. Er was in de hoofdstroom van de filosofie geen plek meer voor het hele pallet aan menselijke ervaringen.

Uitgaande van wél alle ervaringen is (en was) de filosofie volop doordrongen van spiritualiteit. Een mooi detail vind ik een constatering bij de groten onder de fysici. Deze fysici zijn, zeg maar, de paradepaardjes van het moderne denken, van wat het rationele denken ons heeft opgeleverd. Zij zeggen stuk voor stuk dat ze, door hun inzichten in de bizarre wereld van de natuurkunde, mystici zijn geworden! Als mysticus komt er weer ruimte voor verwondering in je leven, ontzag voor de onpeilbare complexiteit van de werkelijkheid.

Hij eindigt zijn boek over de wijsheid van (een groot deel van) de indianen. In de analyse noemt hij enkele verschillen tussen onze Europese talen en hun taal. Wij praten veel vanuit ik, op een actieve manier (“ik bind”) en de indianen gebruiken vooral de passieve vorm (“in een bindende situatie zijn met betrekking tot mij”). Hierdoor ademt hun taal niet de sfeer van ingrijpen en naar je hand zetten, maar een grote mate van gelatenheid, van op je pad tegenkomen. Verder kent bij de indianen ‘praten met’ een breder gebruik. Zij praten met alles in de natuur: bomen, rotsblokken, noem maar op. En behalve praten dus ook luisteren, want anders is het geen praten met. Deze vaardigheid is bij ons onder een dikke laag stof beland. Hun samenleving ademde blijkbaar volop de sfeer van onderdeel zijn van een groter geheel en dat ze hun plek in het geheel aanvaarden. Hoe spiritueel wil je het hebben?

1 juli 2021

Een ‘bovenmaats’ debat over corona

Vanmorgen hoorde ik bij het mediaforum van Spraakmakers Thomas Muntz over zijn persoonlijke mediamoment ( NPOradio1 na 0m45s). Hij noemde de gang van zaken rond het gesprek tussen Ab Gietelink en Maarten Keulemans bij Café Weltschmerz (onder leiding van John Jansen van Galen).

Het blijkt dat de redactie van Café Weltschmerz dit gesprek (tijdelijk) van hun eigen site heeft gehaald, omdat ze ‘het debat van beide kanten ondermaats’ vindt. Gelukkig was er een back-up beschikbaar, die door Yarno Ritzen online is gezet.

Ik vind het zeker geen ondermaats debat. In zo’n lang gesprek is goed te zien, dat je kopje onder gaat met een krakkemikkige onderbouwing van je betoog. Ik sluit me aan bij Thomas Muntz, die vermoedt dat het verloop van dit debat niet zo past bij de doorsnee kijker van Café Weltschmerz.

Na een eerste reflex van Café Weltschmerz om dit debat offline te halen, hebben ze het een paar dagen later wel weer op hun site gezet.

16 juni 2021

Prikken ja of nee?

Laatst gewijzigd:

1 januari 2022

Het boek Prikken ja of nee van Daan de Wit vind ik een prettig leesbaar boek en de bronnen zijn in dit digitale boek makkelijk te raadplegen. Wat kun je in een boek toch veel meer details en nuances kwijt, dan in een uitgebreid krantenartikel.

Na allerlei kanttekeningen over vaccineren bij corona te hebben gelezen, is het nog steeds aan mij een keuze te maken. In mijn zoektocht wil ik deskundigen vinden, die kritisch én genuanceerd zijn, ook richting de overheid. Neem bijvoorbeeld de registratie van sterfgevallen. Elke overledene met corona wordt geregistreerd als overleden aan corona. Dan denk ik: waarom zo ongenuanceerd de cijfers opkloppen?

De overheid laat behoorlijk de mogelijkheid liggen om vragen van twijfelaars te beantwoorden. Misschien met een heldere uitleg of door te zeggen dat er nog teveel twijfel is. Ze had een document kunnen maken, dat meegroeit met de opgedane kennis en ingaat op de vragen die leven.

Uiteindelijk besloot ik me in juli 2021 wel te laten vaccineren. Na het boek van Daan de Wit kwam ik via Trouw Chi Lueng Chiu op het spoor. Ook heb ik een interview met Ilja Pfeijffer gezien bij Café Weltschmerz. Wie heeft er gelijk? Allemaal deskundige personen die niet over één nacht ijs gaan. Ik laat me dan leiden, met wie ik het meeste heb. Stijl van praten, gezichtsuitdrukking, terzijdes, etc. En dan kom ik uit bij Ilja Pfeijffer en Chi Lueng Chiu.

Eind 2021 is bekend dat je drie maanden na je vaccinatie al in aanmerking komt voor een booster. Wel een korte periode hoor, waarin het vaccin optimaal werkt. Na die periode beschermt het vaccin nog wel tegen ernstig ziek worden, zolang er niet teveel onderliggend lijden is.

De booster past bij de strategie om de piek (ongevaccineerden én gevaccineerden) op de IC uit te smeren. Zo zetten we al ons medisch vernuft in.

Het stuit me wel tegen de borst: van booster naar booster, alsof ik aan het infuus van de farmacie lig. Na mijn eerste vaccinatie kies ik liever voor besmet worden met corona, dan te kiezen voor een trits boosters. En als ik zo ziek zou worden, dat ik naar de IC moet, dan hoeft dat van mij niet. Ik wil niet tot het uiterste in leven worden gehouden. Ik zou dat kenbaar kunnen maken met een niet-naar-de-IC verklaring bij corona. Uiteraard wil ik mijn leven ten volle leven, maar ik geloof ook dat er na dit leven weer een volgend leven is.

Het zou fijn zijn, als je met een niet-IC verklaring op zak dezelfde vrijheid krijgt als mensen die geboosterd zijn.

22 mei 2021

Ontwikkelingen richting duurzame landbouw

Het blijkt mogelijk om zonder dierlijke mest de bodem vruchtbaar te houden. De eerste veganistische boer van Nederland heeft zijn bedrijf Zonnegoed in de Noordoostpolder. Luister hier dit fragment van Vroege Vogels terug (16 mei 2021).

Een andere duurzame vorm is regeneratieve landbouw. Uitgangspunt bij deze vorm van landbouw is dat de bodem steeds meer verrijkt in plaats van verarmt. Op de boerderij Bodemzicht gaan ze er mee aan de slag, luister hier bij Vroege Vogels terug (25 april 2021). Via Land van Ons had ik al eens een documentaire gezien over het belang van gezond bodemleven. De theorie daarachter is te vinden op soilfoodweb. Ik vermoed dat beide initiatieven flinke overlap met elkaar hebben.

En in dit rijtje mag een interview over voedselbossen niet ontbreken. Ik heb het gesprek met Wouter van Eck bij Nieuwsweekend (15 september 2018) uitgekozen, luister hier.

21 mei 2021

Fusievrees bij links

Laatst gewijzigd:

11 januari 2022

Bij de Senaat in de VS ben je senator omdat je in één van de staten tot senator bent gekozen. En senatoren beseffen dat ze qua stemgedrag in de Senaat niet te ver moeten afwijken van hun eigen staat, want dan staat hun herverkiezing op de tocht. Dus dan kan het voorkomen, dat loyaliteit aan je eigen achterban zwaarder weegt dan loyaliteit aan de partij.

Iets dergelijks kunnen we in Nederland ook bereiken, als een politieke partij nieuwe spelregels voor zichzelf introduceert. Regels die binnen één partij kunnen leiden tot meerdere subgroepen met voldoende verwantschap aan elkaar. Zo kun je samen dermate groot zijn dat je er toe doet, met behoud van nuanceverschillen.

De nieuwe spelregels:

  • Het aantal stemmen per kandidaat is binnen de partij maatgevend voor wie er gekozen wordt tot lid van de Tweede Kamer. De positie op de kieslijst is dus van secundair belang.
  • Het aantal stemmen per kandidaat is maatgevend voor zijn/haar stemgewicht in de fractie.
  • Kandidaten kunnen vooraf kenbaar maken met wie ze onderling hun stemmen optimaal verdelen, te beginnen richting de kandidaat die het minst aantal stemmen tekort komt voor een zetel.
  • Zittende Kamerleden hebben het recht opnieuw op de kieslijst te komen. Hun volgorde op de kieslijst wordt bepaald door het aantal stemmen bij de vorige verkiezingen. De partij selecteert en rangschikt nieuwe kandidaten voor de kieslijst.
  • Het partijprogramma gaat alleen over hoofdlijnen, de fractie gaat over de invulling van de details (“vrij van ruggespraak”). In de Tweede Kamer spreekt en stemt de fractie met één stem, daarbuiten is er geen fractiediscipline.
  • Kamerleden zijn en blijven tot de volgende verkiezingen lid van de fractie.
  • Kamerleden zijn gekozen als Kamerleden en maken niet de overstap naar de regering.


De praktijk gaat leren welke partijen rijp zijn voor openlijke nuanceverschillen binnen hun geledingen. Met de genoemde spelregels wil ik veelkleurige partijen laten ontstaan. Dan valt er een nauwkeuriger stem uit te brengen bij de verkiezingen en is er een kleinere voedingsbodem voor splinterpartijen. Ook stimuleer je dat Tweede Kamerleden zich bewuster zijn van hun achterban en dat partijen meer naar buiten zijn gericht. Zo houd je de politiek volgens mij meer fris en levendig.

Hans Goslinga (columnist in Trouw) attendeerde mij er op, dat er nu een wetsvoorstel ligt, die aardig tegemoetkomt aan de eerste spelregel. Mèt deze spelregel waren er bij de afgelopen verkiezingen 42 andere Kamerleden gekozen. Zoveel maakt het uit of het aantal stemmen of de hoogte op de kieslijst doorslaggevend is.

Verder ben ik benieuwd wat deze spelregels voor effect hebben op populistische partijen. Juist bij zulke partijen wil de nummer 1 vaak alle aandacht en wat gebeurt er als de andere kandidaten zich ook gaan profileren?

Als deze spelregels gemeengoed zijn geworden, mag van mij de spreektijd (of aantal te stellen vragen of interrupties) per partij een stuk meer afhangen van haar grootte. Dan vind ik kleine partijen iets van vroeger.

6 mei 2021

Onze menselijke/dierlijke aard

Laatst gewijzigd:

16 december 2021


Het onderdrukken van een deel van onze aard intrigeert mij al langere tijd, zie bijvoorbeeld de perspectieven van de archetypen en van yin-yang. Dit maakte mij nieuwsgierig naar het proefschrift Kritiek van de Sportieve Rede van Sandra Meeuwsen ( radio). Al snel merkte ik bij het lezen dat mijn denkraam tekortschiet om allerlei filosofische woorden te begrijpen.

Toch kwam de strekking aardig over, namelijk dat een deel van onze aard wordt verbannen uit de moderne sport: de vitalistische, dionysische en agonale krachten in ons. Deze verbanning leidt ertoe dat er juist daardoor excessen als doping en misstanden zijn. Zij komt tot die conclusie, nadat ze drie ontologische paradigma’s (zienswijzen?) van sport heeft onderzocht: sport als spel, sport als seks en sport als strijd.

Ze noemt ook dat veel actieve bezigheden onder de noemer sport kunnen vallen. Zelf ben ik uitgebreid met biodanza bezig geweest en waarom zou je dat geen sport kunnen noemen? Bij deze vorm van bewegen is er wel aandacht voor onze gehele menselijke aard, inclusief het stuk dat sommigen te dierlijk vinden.

Ter vergelijk daarom nu de drie zienswijzen in het proefschrift vanuit het oogpunt van dansen. Dansen als spel zou goed kunnen, want meedoen en genieten staan voorop. Dansen als seks zou ook goed kunnen, want seksualiteit wordt erkend en krijgt aandacht. En dansen als strijd, dat herken ik niet, er is geen winnaar. Misschien zijn vrije expressie dansvormen als biodanza nogal moderne takken van sport, sportvormen zonder winnaars en verliezers?

Aanvulling: op 11 december 2021 was Sandra uitgenodigd bij Nieuwsweekend om te praten over De morele leegte van de sportkoepels.

22 april 2021

Die opbouw herken ik

Het viel me op dat de opbouw van de drie delen over/van Christina von Dreien aardig overeenkomt met de drie stabiliteitslagen van Arnold Cornelis. Deel 1 gaat grotendeels over haar opgroeien tot tiener, de laag van de natuurlijke systemen. Dan volgt in deel 2 haar brede kijk op het leven in het universum (de laag van de sociale regelsystemen) en het derde deel gaat over hoe we met haar woorden kunnen omgaan (de laag van communicatieve zelfsturing).

Deze opbouw sluit goed aan bij de ontwikkeling van ieder mens.

10 april 2021

Hoe zit dat met de vastgelopen jeugd-GGZ?

Vanmorgen hoorde ik bij Nieuwsweekend een heldere uitleg waarom er lange wachtrijen zijn bij de jeugd-GGZ. Luister hier terug (op de site van NPOradio1).

Met het marktdenken in de zorg als gegeven, willen de initiatiefnemers proberen de behandelaars zo ver te krijgen dat die minder als (lucratieve) specialisten gaan werken en meer als veelzijdige behandelaars om zo de wachtrijen te verminderen.