Citaten uit het boek Elke golf is de zee
Ik lees dit boek in 2026 nadat iemand me verteld heeft dat Willigis Jäger (1925 – 2020) voor haar een belangrijke inspiratiebron is. Waardevol hoe hij zich heeft verdiept in westerse en oosterse religies en tot de conclusie komt dat deze religies in de kern dezelfde elementen bevatten. Verrassend, omdat ik van huis zo weinig mystiek ben tegen gekomen in de kerk. Het is er wel, maar goed buiten beeld gehouden!
Wat mij verbaast bij Willigis is hoe hij praat over het pad naar een mystieke ervaring. Hij schrijft op pagina 78: ‘Maar [de echte spirituele meester] zal [zijn leerlingen] ook zeggen dat ze [een mystieke] ervaring niet op grond van eigen inspanning kunnen krijgen; dat deze alleen optreedt bij hen die het ik, dat graag iets wil doen en beleven, loslaten. Hij zal hen erop wijzen dat de weg daarheen lang en moeizaam is, een proces van diepgaande verandering dat de ik-structuren van onze psyche doorzichtig maakt, door fasen van oriëntatieverlies en vertwijfeling kan voeren, doch dat tenslotte leidt tot een punt waarop de mens inziet dat hij gerust kan loslaten, om naar een hoger werkelijkheidsniveau over te gaan.’ Waarom een weg die lang en moeizaam is en de mystieke ervaring buiten het nu legt? Sinds enkele jaren kies ik voor onvoorwaardelijk lief hebben en dankbaar zijn. Ook deze weg is lang maar niet moeizaam. Ik leer mijn innerlijke richtingaanwijzer te volgen. Dezelfde strekking lees ik in de bijbelse woorden ‘uw wil geschiede’. In de woorden van Willigis noem ik mijn pad van bewustwording een zich gestaag ontvouwende mystieke ervaring.
Willigis blijkt ook open te staan voor denkers als Rupert Sheldrake, iemand die door wetenschappers geen wetenschapper wordt genoemd. Mooi dat Willigis wel openstaat voor afwijkende ideeën. Maar dan valt me ook op dat hij een andere tijdgenoot onbenoemd laat: Ryke Hamer, een man die ziekte ging zien als een intelligente reactie van ons lichaam. En misschien heeft hij nog net aan het einde van zijn leven over Christina von Dreien gehoord. Haar inzichten vind ik bij hem passen. Dan zou hij bijvoorbeeld bewustzijn een grootsere betekenis hebben geven in zijn betoog. Dit valt me bijvoorbeeld op als hij over de aarde in ons universum praat. Hij noemt haar een korreltje stof in plaats van een wezen met bewustzijn.
Zijn woorden over liefde vind ik mooi. Op pagina 92 schrijft hij: “… liefde in de zin van absolute openheid voor alles en iedereen. In die zin is liefde namelijk het structuurbeginsel van de evolutie – de bereidheid van een atoom zich met een ander atoom tot een molecuul te verbinden, de bereidheid van moleculen gemeenschappelijk een cel te bouwen en de bereidheid van cellen een groter organisme te vormen. Deze bereidheid tot zelftranscendentie is overal in de kosmos te zien. Het is de werkelijk drijvende kracht van het leven en de evolutie. Slechts wie zijn eigen identiteit kan handhaven en gelijktijdig boven zichzelf uit kan stijgen, heeft in de evolutie een overlevingskans.”
Deze woorden over liefde in combinatie met hoe Christina over bewustzijn praat, dan vind ik het zo bijzonder hoe materie in al zijn vormen is ontstaan. Het roept ook de Hitch Hiker’s Guide bij me op als daarin wordt gepraat over een planeet waar matrassen leven: wat zijn dan de beperkingen in wat er kan ontstaan? En Koo van der Wal doet op pagina 101 een pleidooi om gewone dingen niet als doodgewoon te zien. Daarom, wat wij atomen noemen, wie weet welke dimensies we daar nog over het hoofd zien.
Veel leesplezier met Willigis zijn woordkeuze over hoe we naar de wereld kunnen kijken.
Inhoudsopgave
Inleiding
– Op de drempel van het millennium van de geest?
De grondslagen van de mystieke spiritualiteit
– Vele wegen – maar slechts één bergtop
– Op de bodem van de beker wacht God
De spirituele beoefening van de mystiek
Voorwoord
P12. In de mystiek van het oosten en het westen meen ik de werkelijke antwoorden op de zinvraag te hebben gevonden. … In het boeddhisme en het hindoeïsme kent men geen congregatie voor de geloofsleer, die mensen voorschrijft wat ze hebben te geloven. Een religie vernieuwt zich steeds weer op basis van de ervaring van wijzen en mystici.
Inleiding – Op de drempel van het millennium van de geest?
P21. In de katholieke leer is de mystiek een onderdeel van de dogmatiek. … Wanneer de [christelijke mystici] hun ervaringen wilden mededelen, dan moesten ze dat doen door het filter van de dogmatiek.
P22. De wijsheidsleraren van alle religies zijn het erover eens dat datgene waar het hen het meeste om gaat, voorbij alle begripsvorming en rationele kennis is te vinden. […] De God van Aristoteles is niet de overvloeiende volheid die zich als schepping openbaart.
P25. In de platoonse filosofie is God zowel in de wereld aanwezig als ook boven de wereld verheven. […] Het was dan ook het eigenlijke doel van alle wijzen en religiestichters om de mensen uit hun schemertoestand te bevrijden en hen naar de ervaring van het goddelijke te voeren. Onder verlossing verstonden zij inzicht.
P26. Ook de brede new age beweging heeft veel bedenkelijks voortgebracht.
P27. [Mensen worden aan hun lot overgelaten.] Een van de centrale problemen van onze leefwijze is eenzaamheid.
P28. [Simpele heilsbeloften als gered worden na de dood of een betere wedergeboorte te krijgen, vormen] de grondstructuur van de exoterische vorm van religies, waarvan natuurlijk hun meestal niet zo duidelijk herkenbare ‘esoterische’ kern – de mystieke dimensie – moet worden onderscheiden.
P29. De wijze waarop over God wordt gesproken zou [door de kerk] veranderd moeten worden. […] Dat de meeste theologen zich de toegang tot de mystiek onmogelijk maken, is slechts één gevolg van een kortzichtige theologie. Een ander, niet minder ernstig gevolg is dat zij de lichamelijke dimensie van het menselijke leven veronachtzamen. De religiositeit van de mens beperkt zich niet tot zijn intellect;
P30. … religie is ons leven en de voltrekking van het leven is de eigenlijke religie. God wil niet vereerd maar geleefd worden. … Het lichaam herbergt een religiositeit zoals die in de kerkelijke vormen van vroomheid niet voorkomt.
P32/33. Meester Eckehart … in zijn eigenzinnige uitleg van de bijbelse geschiedenis van Maria en Martha (preek 28). Niet Maria … zou ten voorbeeld moeten worden gesteld, maar Martha … God wil niet vereerd, hij wil geleefd worden. […] om bij een groot deel van onze dagelijkse bezigheden – die steeds ook een lichamelijke component hebben – de daarin aanwezige religiositeit opnieuw te ontdekken en serieus te nemen:
P34. [Meester Eckehart:] Wie echter God niet op een bepaalde wijze zoekt, die achterhaalt hem zoals hij zelf is; en zo’n mens leeft met de Zoon en hij is het leven zelf.
P35. Het is belangrijk om de voltrekking van het leven als onze eigenlijke religieuze opgave te herkennen. […] [spirituele weg:] … worden van conditioneringen. ?
P36. wie een ervaringsweg tot het einde gaat, keert tenslotte als een veranderd mens terug in het leven van alledag. […] En het Thomasevangelie laat Jezus zeggen: ‘Splijt een stuk hout en ik ben er. Til een steen op en je vindt mij daar.
P38. Hier blijft enkel de hoop op een evolutionaire vooruitgang in het menselijk bewustzijn: dat de soort de mogelijkheid verwerft om nieuwe bewustzijnspotenties vrij te maken – en dat haar daartoe voldoende tijd rest. Ons bewustzijn heeft een ontwikkelingsproces doorgemaakt.
De grondslagen van de mystieke spiritualiteit – Elke golf is de zee
P39. Mystiek is de verwezenlijking van de werkelijkheid.
P40. Bij het persoonlijke bewustzijnsniveau gaat het om ons ik-bewustzijn. Het is ons alledaagse bewustzijn met zijn heldere rationaliteit en logica. Dit is het niveau van de wetenschap en de theoretische ontsluiting van de wereld. Op het transpersoonlijke bewustzijnsniveau overstijgt de mens zijn ik-bewustzijn. Hij gaat op in een werkelijkheid die ons ik transcendeert. Op het subtiele niveau gebeurt dit in de vorm van beelden en symbolen – dit is het niveau van visioenen en profetieën. Op het causale niveau komt het tot een eenheidservaring met een ‘tegenover’ – bijvoorbeeld met een persoonlijke God. … In het stadium van het kosmische bewustzijn vindt de eigenlijke mystieke ervaring plaats: een ervaring van de leegte, van de predikaatloze ‘godheid’. Hier ervaart de mens het ‘zuivere zijn, de oorsprong waar alles uit voortkomt.
P41. De mystieke ervaring is de ervaring van het één zijn van vorm en leegte, … Deze bewustzijnstoestand is het doel van de spirituele weg.
P42. [we bouwen een identiteit op die we ‘ik’ noemen] … Het zal bij onze dood ten onder gaan. Wat blijft is onze ware goddelijke identiteit. … Wat werkelijk blijft voortbestaan is het goddelijke leven, dat noch geboren is noch sterven kan. Dat is mijn ware identiteit.
P43. De mystiek daarentegen zegt: laat alle doen achter je. Volgens haar gaat het in het leven niet om zelfrechtvaardiging noch om ik-bevrediging of zelfverwerkelijking. Het gaat er uitsluitend om alle door het ik gemotiveerde voornemens – ook en vooral de religieuze – als tijdgebonden te doorzien. In de contemplatieve oefening gaat het erom om de wil in te tomen, ook al is de bedoeling nog zo goed. [… Het stramien ‘Ik geef, opdat jij geeft’ loslaten] … Steeds wanneer ethische normen worden gesteld en geloofsbelijdenissen als heilbrengers worden aangeprezen, is de verleiding groot om deze normen en belijdenissen te gebruiken ter geruststelling van het ik.
P44. Op de spirituele weg van de mystiek laat je deze stadia [van het volgen van ethische normen en geloofsbelijdenissen] achter je. Die weg leidt naar een transconfessioneel niveau, waarop het ‘ik geloof’ in de ervaring tot zekerheid wordt in de mate waarin de fixatie op het ik terugtreedt. […] Op ieder bewustzijnsniveau verschijnt ons de werkelijkheid in een ander licht; daarbij herkennen we een hoger bewustzijnsniveau hieraan, dat van daaruit datgene wat we tevoren voor de hele werkelijkheid hielden, als slechts een deel daarvan kenbaar wordt. De meeste mensen bevinden zich in ieder geval sinds de Verlichting op een intellectueel of mentaal bewustzijnsniveau. Kenmerkend daarvoor is de sterke dominantie van een ik-bewustzijn, dat zich meent te bevinden tegenover een objectief gegeven wereld, die het door middel van zijn rationaliteit kan kennen en beheersen.
P45. De mystiek daarentegen beweert het tegendeel: niet de hersenen produceren een bewustzijn, maar het bewustzijn creëert zichzelf en ook een brein. […] Want mystiek is geen zaak van geloof maar van ervaring. C.G. Jung heeft dit treffend geformuleerd: ‘Religieuze ervaring is absoluut. Daarover kun je niet discussiëren.
P46. De deur moet als het ware van binnenuit open gaan; bijvoorbeeld … wanneer een levenscrisis een bestaande levensbeschouwing totaal op losse schroeven zet.
P47. [De] bron is de transmentale bewustzijnsruimte.
P48. Dat de mensheid in haar totaliteit zich een mystiek wereldbeeld en zelfbegrip zou hebben gevormd, is in de geschiedenis nergens te ontdekken.
P52. [2 e vooroordeel tegen de oosterse mystiek] We zouden er ook mee moeten ophouden de oosterse mystiek te verwijten dat ze aan zelfverlossing doet. … [Het 3 e vooroordeel is de] veronderstelling dat een mystieke ervaring subjectief is. Subjectief is slechts de weergave en de uitdrukking van de ervaring.
P55. Alle religies zijn wegen naar de ervaring van het goddelijke,
P57. Wij zijn ‘Godmensen’. Ik kan ook zeggen: God heeft zich als mens gemanifesteerd.
Vele wegen – maar slechts één bergtop
P68. Met transconfessionele spiritualiteit is niet een religie bedoeld, maar een religiositeit die de religies overstijgt. En deze religiositeit is een grondtrek van onze menselijke natuur. Het is de ons ten diepste kenmerkende tendens om ons voor het geheel en het Ene open te stellen. Deze tendens delen we met alle levende wezens, want zij is de drijvende kracht van de evolutie. Tot dusverre manifesteerde ze zich in de rijke schakering van religies op de wereld, want duizenden jaren lang bestond er geen scheiding van religie en spiritualiteit. … [Religies] zullen tot het inzicht komen, dat hun eigenlijke doel een spiritualiteit is die boven het confessionele uitgaat. … [De opvolgers van Boeddha en Jezus] hebben de ervaring van hun meesters in vormen vastgelegd en geïnstutionaliseerd. Dat lijkt me overigens een bijna onvermijdelijke gang van zaken. Want het goddelijke dat in spirituele ervaringen wordt beleefd, dwingt ertoe dat het in de vorm van rituelen en theologieën tot uitdrukking wordt gebracht.
P69. … een religie is te vergelijken met de maan die de aarde ’s nachts verlicht, maar zijn licht van de zon ontvangt. … Maar wanneer een religie zichzelf te belangrijk vindt en zich tussen God en de mens schuift, verduistert ze God. … Hiertoe tenderen alle religies – en daarom heeft de mystiek onmiskenbaar steeds nogal kritisch tegenover religie gestaan. Niet omdat ze religie afwees, maar als waarschuwing van zelfoverschatting.
P70. Maar de religie is voor mij slechts een wegwijzer, geen doel. Wanneer ik ontdek dat de wegwijzer zichzelf te belangrijk vindt en me wil tegenhouden, dan zal ik hem niet volgen. … Ik acht het van groot belang om te blijven binnen de spirituele traditie die veelvuldig hun waarde hebben bewezen. Daarin vinden we duidelijke interpretatiemogelijkheden en wegwijzers zowel voor het leven van alledag alsook voor het [71] omgaan met mystieke ervaringen. De klassieke spirituele wegen zijn daarbij zoiets als landkaarten van de geest, die het mogelijk maken om tamelijk nauwkeurig vast te stellen waar je staat en welke geestelijke ontwikkeling je nog voor je hebt. … [Alle wegwijzers] wijzen naar dezelfde bergtop.
P71. Aan welke spirituele tradities denkt u daarbij? In het christendom kennen we de vergaand in vergetelheid geraakte spiritualiteit van de contemplatie. In het boeddhisme zijn het zen en vipassana, op het gebied van hindoeïsme de verschillende varianten van yoga: krya-yoga, raja-yoga en patanjali. In de islam heeft het soefisme een tehuis gevonden, in het jodendom de kabbala.
P72. Maar mijn christelijke religie heeft me op de weg [naar de gezamenlijke bergtop] gebracht. Ik weet niet waar ik heden ten dage zou zijn zonder deze christelijke toegang tot het religieuze. … Want ervaarbaar, werkelijk ervaarbaar, is God in het keurslijf van de confessie niet. … [ik probeer] het mystieke erfgoed in het christendom weer op te graven en opnieuw tot leven te wekken.
P75. … want waar het op aan komt, is dat de mensen spiritueel volwassen worden – dat ze zich vrijmaken van religieuze leidersfiguren. De mens heeft de neiging zich aan de slippen van de jas van een ander te hangen in plaats van zelf de weg te gaan. Zo laten hedentendage velen zich op sleeptouw nemen door een goeroe.
P78. Een echte ervaring leidt tot een allesoverstijgende vrijheid, … Maar [de echte spirituele meester] zal [zijn leerlingen] ook zeggen dat ze [een mystieke] ervaring niet op grond van eigen inspanning kunnen krijgen; dat deze alleen optreedt bij hen die het ik, dat graag iets wil doen en beleven, loslaten. Hij zal hen erop wijzen dat de weg daarheen lang en moeizaam is, een proces van diepgaande verandering dat de ik-structuren van onze psyche doorzichtig maakt, door fasen van oriëntatieverlies en vertwijfeling kan voeren, doch dat tenslotte leidt tot een punt waarop de mens inziet dat hij gerust kan loslaten, om naar een hoger werkelijkheidsniveau over te gaan.
P78/79. Een mystieke ervaring is een oerervaring en wie er een heeft gehad kan haar niet voor zich houden. Hij moet haar articuleren en hij zal dat doen op een wijze die bij zijn persoonlijkheid past. Maar juist dat kunnen religieuze instellingen maar moeilijk accepteren. Daarom hebben de christelijke kerken de mystici ertoe gedwongen hun ervaringen met de dogma’s in overeenstemming te brengen.
P79. Want [alle theïstische religies] maken voor zichzelf aanspraak op een rechtstreeks door God geopenbaarde waarheid, waarnaast iedere andere vorm van godservaring tot ketterij wordt. … [Mystici komen] bij hun poging hun ervaringen in te passen in het dogmatische kader [van hun religie] in grote moeilijkheden. De taal van hun traditionele religie heeft nu eenmaal geen woorden voor wat hun is overkomen. Het dualistische denkschema van het christendom maakt het schier onmogelijk een mystieke eenheidservaring te articuleren.
P80. Religies zijn gemeenschappen van mensen die samen een antwoord zoeken naar de zin van hun leven. Antwoorden moeten ook in een religie steeds opnieuw worden geformuleerd. Ze zijn tijdgebonden.
God is danser en dans
P92. Want zonder leegheid zou er ook geen vorm kunnen zijn, omdat een vorm altijd een vorm van leegheid is.
P92/93. Begrijp ik het goed dat u het leven en God niet slechts analoog met elkaar vergelijkt, maar als twee verschillende aanduidingen van de Eerste Werkelijkheid beschouwt? Ja, voor zover je onder ‘leven’ deze grote, alle levende wezens doortrekkende, drijvende, ongrijpbare energie van het Ene verstaat. Deze kracht kan ik het leven van God noemen. Je kunt haar met Charón ook ‘liefde’ noemen – natuurlijk niet de persoonlijke liefde maar liefde in de zin van absolute openheid voor alles en iedereen. In die zin is liefde namelijk het structuurbeginsel van de evolutie – de bereidheid van een atoom zich met een andere atoom tot een molecuul te verbinden, de bereidheid van moleculen gemeenschappelijk een cel te bouwen en de bereidheid van cellen een groter organisme te vormen. Deze bereidheid tot zelftranscendentie is overal in de kosmos te zien. Het is de werkelijk drijvende kracht van het leven en de evolutie. Slechts wie zijn eigen identiteit kan handhaven en gelijktijdig boven zichzelf uit kan stijgen, heeft in de evolutie een overlevingskans.
P95. Voor mij is het Johannesevangelie en het apocriefe Thomasevangelie even belangrijk als het evangelie van Lucas. Zij laten ons zien hoe veelzijdig het christelijk geloof eens was, voor het in het keurslijf van een systeem werd geperst.
P96. Zoon van God is een aanduiding voor alle mensen en alle levende wezens. … Het bijzondere van Jezus ligt in zijn eenheidservaring met wat hij Vader noemt, van waaruit hij heeft geleefd en gewerkt. In dit opzicht is hij uniek.
P97. … er ontbreekt een algemeen verbindende christologie – een leer die op een voor iedere gelovige begrijpelijke wijze duidelijk maakt hoe het leven en sterven van Jezus van Nazareth kan worden begrepen.
P99. Je ziet het verschil: de conventionele theologische lezing [over de verloren zoon] berust op de voorstelling van de persoonlijke God in het hiernamaals, terwijl de spirituele uitleg de bedoeling heeft de mens duidelijk te maken hoe hij onder leiding van Jezus tot het werkelijke leven kan ontwaken.
P100. … er is reden te vermoeden dat het kerstverhaal elementen van het verhaal van de geboorte van Krishna bevat. … Het gaat om onze geboorte uit God.
P101. Onbevlekte ontvangenis wil zeggen dat ons diepste wezen goddelijk is.
P103. … ‘hemel’ en ‘hel’ … zijn metaforen voor een in het hier en nu vervuld respectievelijk onvervuld leven
P104. Het nauwelijks samengaan van religie en moraal heeft de religie geen goed gedaan. Religie heeft vooreerst niets met moraal te maken. Moreel integer handelen is een direct gevolg van een mystieke eenheidservaring. Wanneer in plaats daarvan een dreiging komt met hellestraf, is moreel handelen niet meer iets dat vrij uit het innerlijk van de mens opwelt, maar dat hem van buitenaf wordt opgedrongen.
P105. De mystiek … zegt: de mens kan God in de wereld ontmoeten en wanneer hem dit overkomt, groeit in hem een moreel handelen. … Met haar afwijzing van een dualistisch wereld- en mensbeeld vergt de mystiek inderdaad van ons dat wij inzien dat al wat we het ‘kwaad’ noemen, onderdeel is van de ene ongedeelde Eerste Werkelijkheid. Hiertegen verzet zich ons verstand. Dit kan niet accepteren dat lijden, pijn en dood van goddelijke oorsprong zijn en houdt het kwaad voor een tekort in de mens.
P106. Zijn lijden, angst en pijn verschijnselen die slechts optreden zolang er een ik is dat ze als zodanig beleeft? Ja. Slecht noemen we altijd datgene wat ons ik schade berokkent.
P107. [De zuivering van de fixatie op het ik] is een pijnlijke weg omdat we ons met de talrijke blokkades en conditioneringen van onze psyche identificeren, zelfs wanneer ze een belasting voor ons vormen. Daarom is de weg van het heil ook geen weg van het geluk. Hij voert door ziekte, leed en gebrek. Johannes van het Kruis noemde die weg niet toevallig de ‘donkere nacht’. … Steeds opnieuw moedig ik de mensen, die in een spirituele crisis raken ertoe aan, zo’n situatie als een kans te beschouwen en het leed dat hen overkomt niet mis te verstaan als boete of straf, maar als heilsweg te zien.
P107/108. [handelingen en gedragingen die tegen het leven en zijn ontplooiing ingaan …] hoeven niet bekritiseerd te worden omdat ze in strijd zijn met ethische normen, maar omdat ze de ontplooiing van het leven belemmeren. Voor de mystiek is zonde in wezen niets anders dan weigering van zelftranscendentie, afwijzing van de mogelijkheid om zich in liefde open te stellen.
P108. [Over zelftranscendentie:] De evolutie, die voor mij niets anders is dan de ontplooiing van het goddelijke principe, vereist dat een levend wezen boven zichzelf uitstijgt.
P109. Zolang wij mensen [de] ik-fixatie niet overwinnen, hebben we geboden nodig. … De leeuw zal veeleer ook in de toekomst [als vele mensen een mystieke ervaring hebben gehad] het lam opvreten; de strijd om het overleven houdt niet plotseling op, ook niet voor ons mensen. Of we dat nu inzien of niet: evolutie is vreten en gevreten worden.
P110/111. Daarom zeg ik tegen de mensen die met hun twijfels aan de zin van het leven bij me komen: ‘Ga dit levensproces aan en vertrouw erop dat dit proces God is!’ In traditionele religieuze taal betekent dit: zich voegen naar de wil van God, maar niet tandenknarsend doch met het onvoorwaardelijke oervertrouwen dat hun leven zin heeft. Dit vertrouwen, dit kunnen loslaten, dit zich openstellen de mensen bij te brengen, lijkt me de belangrijkste opgave die een spirituele leraar zich kan stellen.
Op de bodem van de beker wacht God
P111. U zegt dat ook een intellectueel bevredigende uiteenzetting over mystieke spiritualiteit noodzakelijk is om mensen ertoe te brengen zich op de mystieke weg te begeven. … Maar omdat aan die filosofie [existentialisme of de filosofie van Nietzsche] de dimensie van de mystieke ervaring ontbreekt, vermogen ze niet in te zien dat de door hen gepropageerde dood van God de geboorte van een ander, meer omvattend begrip van God kan betekenen. De ‘philosophia perennis’ gaat wél van deze ervaring uit en daarom ware te wensen dat haar traditie opnieuw tot leven zou worden gebracht.
P112. [Albert Einstein over het traditionele christendom:] ‘God [is] een wezen op wiens zorgzaamheid je je hoop stelt en wiens straffen je vreest (…) – een wezen waartoe je in zekere zin in een persoonlijke verhouding staat, hoe respectvol die ook is.’ De religiositeit van de onderzoeker daarentegen ligt ‘in de extatische verwondering over de harmonie van de wetten der natuur, waarin zich zó’n superieur intellect openbaart, dat al het zinvol menselijk denken en ordenen daarvan een volstrekt onbetekenende weerszijde is. … Zonder twijfel is dit gevoel nauw verwant met hetgeen religieus creatieve naturen van alle tijden heeft vervuld’.
P114. En zijn de natuurwetenschappen tegenwoordig eerder in staat om theologisch sluitende metaforen en begrippen te leveren? Ja. Het wereldbeeld van de moderne natuurwetenschap beantwoordt zeer vergaand aan de spirituele ervaringen van de mystiek en is daarom veel meer dan de klassieke dogmatiek in staat om theologische uitspraken te doen.
P115. Zukav bedoelt … dat er vormen van begrip zijn die onze logica en rationaliteit te boven gaan en daardoor een mogelijkheid bieden om werkelijkheidsdimensies te ontsluiten die weliswaar voor ons intellect onkenbaar, maar voor een spirituele ervaring toegankelijk zijn. … Op grond van dit inzicht in de complexiteit van de werkelijkheid en haar mogelijkheden om deze te thematiseren is de natuurwetenschap ook omgekeerd in staat de mystieke spiritualiteit beelden en begrippen te leveren, door middel waarvan zij zich kan articuleren en zichzelf verstaan. Dat heeft de mystiek nodig, want ook al leeft ze van ervaringen die het bevattingsvermogen van het intellect overstijgen, ze kan toch niet ignoreren dat dit intellect bestaat en de gerechtvaardigde eis stelt de werkelijkheid te begrijpen. … Een kritisch verstand dat zijn beperktheid doorziet, weet daarom dat het uiteindelijk niet meer kan doen dan structuren produceren, door middel waarvan het over de werkelijkheid kan beschikken.
P116. Mystiek wijst er slechts op dat met het verstand niet de hele werkelijkheid valt te begrijpen.
P117. [David Bohm] spreekt over een kwantumpotentieel dat in laatste instantie alles doordringt en gelijk kan worden gesteld met een absoluut bewustzijn. … In iedere cel manifesteert zich een denkende geest.
P119/120. En het universum zou uiteindelijk het alomvattende geestelijke, het ‘goddelijke‘ morfogenetische veld [van Rupert Sheldrake] zijn van alles wat bestaat. … De verhouding van een afzonderlijk levend wezen tot het geheel in de kosmos valt goed te vergelijken met een hologram. [120] … alles is op zichzelf een voorstelling van het geheel. Dat betekent dan echter ook dat alles wat een afzonderlijk deel overkomt, uitwerking heeft op het geheel. … Alles is doordrongen van de ene geest die in de kosmos met zichzelf communiceert. … Het oude paradigma luidde: ‘Wij zijn menselijke wezens die een spirituele ervaring hebben’. Het nieuwe paradigma zegt: ‘Wij zijn spirituele wezens die een menselijke ervaring hebben’. Bewustzijn en materie vormen in gelijke mate [het energieveld waarin de Eerste Werkelijkheid zich vertoont]. En daarom vinden we in ons diepste wezen de hele kosmos en ervaren we in de mystiek het éénzijn daarmee. Probeer je dit naar onze christelijke voorstellingswereld te vertalen, dan zou je kunnen zeggen: wij zijn goddelijk leven dat een menselijke ervaring heeft; dat zich heeft ingeperkt tot de vorm van het menselijk bestaan.
P121. Voor hem [met egobewustzijn] wordt de oerwerkelijkheid eerst dan toegankelijk, wanneer het egobewustzijn zich in de spirituele ervaring transcendeert en overgaat in het kosmische bewustzijn van het goddelijke leven.
P122. J.F. Charón schroomt niet deze neiging [van het zijnde tot het grotere] ‘liefde’ te noemen – liefde in de zin van een in alle zijnden aanwezige drang tot zelftranscendentie. [Het evolutieproces] wordt gaande gehouden door de liefde – het vermogen van het zijnde tot zelftranscendentie. … In het volgende stadium [123] zouden wij onszelf dan niet meer primair als individueel persoon begrijpen, maar als deel van de ene, de alomvattende mensheid.
P123. De kosmos is een symfonie die door individuele wezens tot klinken moet worden gebracht. Daarmee komt de personaliteit een grote, zij het ook geen absolute betekenis toe: het individu is een unieke en onvervangbare uitdrukkingsvorm van het goddelijke. Daarin heeft het zijn onaantastbare waarde. … Inzien betekent: de fixatie op de ik-individualteit overwinnen en zich openstellen voor de goddelijke werkelijkheid die wij in wezen zijn. Niet ik als individueel wezen ontdek mijzelf of de wereld, maar de [124] wereld ontdekt zichzelf in mij, in haar persoonlijke manifestatie die ik ‘ik’ noem.
P124. Voor het Europese denken, dat deze ik-individualiteit of subjectiviteit voor de absolute werkelijkheid houdt, is deze gedachte een geweldige provocatie. En ook voor de theologie. Ja, maar de ontdekkingen van de natuurwetenschap ondersteunen deze visie, terwijl de theologie ervoor terugschrikt en de vereeuwiging van het ik in het hiernamaals blijft prediken. Daarmee ontneemt zij zichzelf de mogelijkheid de mensen een houvast te bieden voor hun religieuze leven. Het christendom heeft een volkomen nieuwe interpretatie nodig – een interpretatie die op grond van de kosmologische inzichten van de natuurwetenschappen een nieuwe theologie ontwikkelt.
De spirituele beoefening van de mystiek – Zitten, ademen, stil zijn
P135. Euforische gevoelens zijn op de spirituele weg vaak zelfs hinderlijker dan neerslachtige gevoelens; want de verleiding om zich met aangename gevoelens te identificeren en daaraan vast te houden, is groter dan bij onaangename. Je denkt al heel ver te zijn gekomen en bent daarom des te minder bereid los te laten. … De wil vormt samen met het verstand, het geheugen en het gevoel onze ik-structuur. Maar het is de ik-structuur die op de spirituele weg moet terugtreden, die moet worden losgelaten.
P136. [Over klank:] De adem in elke ademtocht is de weerklank van God.
P137. Natuurlijk bestaat het gevaar dat zinvolle liturgische vormen tot lege hulzen verstarren.
P139. Het grote voordeel van [een contemplatieve] dans is dat je meteen merkt wanneer je concentratie nalaat en je er niet meer bij bent. Want dan maak je een verkeerde pas en ontdek je dat je eruit ligt. Één worden met een pas heeft dezelfde uitwerking als één worden met de adem of de klank.
P140. Bij spirituele oefeningen bestaat er geen behoefte aan schemertoestanden [zoals extase of trance]. Ze moeten leiden tot een helder en wakker bewustzijn, tot een geestelijke presentie die ver uitgaat boven de loutere concentratie van de ratio.
P141. Bijna alle spirituele wegen beginnen bij het lichaam. … ons bewustzijn speelt veel zuiverder op het instrument van het lichaam dan op het instrument van het verstand. Het verstand verstoort de muziek vaak met eigen tonen.
Onderweg naar het paradijs
P147. Ik adviseer mijn leerlingen om daar te leven waar ze zich bevinden: op hun werk, in hun gezin, in hun sociale situatie.
P148. [… ik acht] het belangrijk en nuttig dat iemand die de spirituele weg serieus wil gaan, zich een tijd lang uit de samenleving terugtrekt. Maar daarna voert de weg terug naar het dagelijkse leven.
P149. … het dagelijkse leven is de plaats waar mens en Eerste Werkelijkheid elkaar ontmoeten.
P150. Ik zou hier niet zozeer van [‘mystiek] verzet’ willen spreken als wel van sociale verantwoordelijkheid; een sociale verantwoordelijkheid uit liefde. Deze liefde – agape – behoort wezenlijk tot de mystieke ervaring.
P152. [De mysticus neemt het op] voor de vrede.
P153. Komt [de kwaliteit van het handelen] voort uit de mystieke ervaring, dan is het verzadigd van een veelomvattende liefde voor alle wezens – een liefde die niet gewild of nagestreefd is, maar helemaal vanzelf komt. Waar die liefde gedijt, wordt zij de enige bindende gedragsnorm. … Vanuit de mystiek is zonde uiteindelijk niets anders dan een gebrek aan inzicht.
P157. Ethiek vindt haar oorsprong niet in [de tien] geboden. Ze behoort tot de grondstructuur van de evolutie. Ze vormt een natuurwet die uit liefde voortvloeit. Ze komt uiteindelijk geheel overeen met het principe van de zelftranscendentie en de liefde. Ze is een gevolg van het godsbesef.
P158. Het goddelijke openbaart zich als invallen en steeds dan, wanneer ons de mogelijkheid wordt geschonken om los te laten. … Voor een liefdesrelatie zijn er toch beslist twee nodig? Ja, maar het wezenlijke van de liefde bestaat nu juist hierin, dat zij allebei hun ik naar een hogere eenheid transcenderen.
P160. Voor de mystiek daarentegen betekent opstanding juist niet het duurzaam voortbestaan van het ik, maar het loslaten van het ik in zijn eenwording met de Eerste Werkelijkheid, met God.
P162. De mens heeft tot nu toe nog alles misbruikt wat hij heeft uitgevonden, van het wiel tot het atoom. … Ik werk aan de innerlijke mens en heb de hoop en het verlangen, dat die arbeid ook relevant is voor zijn uiterlijk gedrag. Wanneer we de mens niet kunnen brengen tot een verantwoordelijkheidsgevoel dat van binnen uit komt, zijn alle wetten relatief en zullen ze altijd worden geschonden.
Demonen kunnen helpers zijn
P163. Het geweten is de fundamentele tendens van de evolutie zich in liefde voor de ander open te stellen.
P167. Maar wat betekent ‘heel zijn’? Het betekent de zin van het leven begrijpen en het op passende wijze kunnen duiden. … Ik heb gelukkige mensen in een rolstoel ontmoet en ongelukkige die zich alles konden veroorloven. … De eigenlijke ziekte zit veel dieper dan de symptomen.
P168. Want alles, zei [Socrates], komt voort uit de ziel, het goede en het kwade.
P169. [Carl Jung:] … en niemand is werkelijk genezen die niet opnieuw een religieuze instelling heeft verkregen
P173. Steeds opnieuw hebben cursisten bij de contemplatie de frustrerende ervaring, dat acht dagen lang met geweldige kracht steeds hetzelfde jeugdtrauma bij hen bovenkomt. … In zulke gevallen adviseer ik vaak om in therapie te gaan,
P177. Geloof zonder liefde – geloof dat zijn eigen schaduw niet kan zien en aanvaarden, wordt fanatisme. C.G. Jung zegt dat deze projectie naar buiten de omgeving verandert in het eigen onbekende gezicht. Dan zijn altijd de anderen slecht en boosaardig. De eerste opgave bestaat dus hieruit dat we deze projecties terugnemen en het ‘slechte’ en ‘negatieve‘ in onszelf ontdekken, om het daarna in ons bewustzijn te integreren. … Het is voldoende [onze schaduwzijden] te erkennen en te accepteren, om er vervolgens mee om te kunnen gaan zonder zich erdoor te laten beheersen.
P178. Op mijn cursussen heb ik tot nu toe nog niemand ontmoet, die bij het zitten niet in de eerste plaats geconfronteerd werd met alles wat hij had verdrongen. … We oefenen zuivere waarneming, zuivere aandacht, zonder enig waardeoordeel, zonder ons in beslag te laten nemen. Emoties en angsten moeten standvastig worden doorleefd. Geen commentaar geven, je niet laten afleiden, niets verdraaien, [179] niets verdringen. Emoties zijn als wolken die door de blauwe lucht drijven, die de lucht misschien voor een korte tijd verduisteren, maar daarna uit het blikveld verdwijnen.
P179. … een innerlijke distantie tot die emoties opbouwen: wanneer iemand woedend is, moet hij ook woedend zijn maar hij moet volkomen wakker woedend zijn. De woede mag zijn bewustzijn niet verstikken.
Oefeningen in de kunst van het sterven
P180. … het is een groot verschil of ik reageer, dan wel als meester van de situatie ageer.
P182. Het is uiterst moeilijk in de kerken mensen te vinden die in staat zijn om een spiritueel zoekende op de weg naar het mystiek niveau te begeleiden. … In zen [Japan] bestaat een levendige traditie van het ‘doorgeven van het licht’ van de ervaring van de meester aan de leerling. … Ik beschouw mezelf als een begeleider, als een soort berggids.
P183. [Johannes van het Kruis] zegt: ‘Laten de zielzorgers zich ervan bewust zijn dat de eigenlijke inspirator en begeleider van de ziel niet zijzelf zijn, maar de haar onophoudelijk bijstand verlenende Heilige Geest. … [dat de zielzorger zich ervan laat vergewissen] of [zijn leerling] de weg heeft ontdekt die Gód hen doet gaan.
P185. Ook [bij jongeren] staat de concentratie en het tot rust brengen van de geest op de voorgrond, … Wij trainen ons verstand vijftien tot twintig jaar lang. Maar we hebben geen leerplan om de aanleg in de mens te ontwikkelen, die hen tot een veel vollediger ervaring zou kunnen brengen dan het verstand vermag te doen.
P188. Rituelen kunnen in tweeërlei opzicht nuttig zijn: in de eerste plaats omdat ze een rationele beslissing in de mens als geheel verankeren. Want in het ritueel wordt die stap zintuiglijk en lichamelijk ervaarbaar. [189] … In de tweede plaats bieden rituelen de mogelijkheid een innerlijke gesteldheid naar buiten te brengen. Daardoor kan de betrokken persoon een heilzame distantie tot zijn eigen emoties opbouwen. Hij houdt dan op zich met zijn gevoelens te identificeren. … Mystiek betekent: ik celebreer mijn leven als een uitdrukkingsvorm van het goddelijke. God wil mens zijn in de mens. … Een werkelijke mystieke ervaring leidt tot het inzicht, dat de dood in het geheel niet bestaat.
P190. [verhaal over een oude vrouw:] … Enige jaren later zat de vrouw … moe voor haar huis en dacht: ‘Nu zou de engel des doods kunnen komen. Na al mijn gezwoeg moet de eeuwige zaligheid toch heerlijk zijn.’ De engel verscheen en de vrouw vroeg: ‘Breng je me nu naar de eeuwige zaligheid?‘ De engel vroeg op zijn beurt: ‘En waar denk je dat je al die tijd was?’
P191. Want waarom zou ik bang zijn voor de dood, wanneer je weet dat onze ware natuur noch geboren is noch sterven kan? … [Het inzien van de betrekkelijkheid van het ik:] Want dan komt de mens in een bewustzijnstoestand waarin hij niet meer ik, maar wel wakker en present is.
P192. De mysticus ervaart ‘ik en meer’ en niet minder ik.
P193. We lijden aan een ontzettend egocentrisme en geocentrisme en denken dat deze dans van melkwegstelsels slechts voor ons plaatsvindt. We beschouwen ons als de bekroning van de kosmos, terwijl we pas drie miljoen jaar als mensen op dit korreltje stof rondscharrelen. … Opstanding is slechts het codewoord dat we gebruiken voor een heel andere bestaansvorm, waarvan ons verstand niets afweet.
P194. De kunst van het sterven ligt in het loslaten. Vasthouden veroorzaakt de ‘horror vacui’ en ook de horror voor de demonen over wie we al hebben gesproken.
P196. Wel zijn hiernamaals, hemel en wedergeboorte heel geschikt om als grondslag te dienen voor ethiek. Geheel volgens het schema: wanneer je dit of dat doet, krijg je een slechte wedergeboorte. … Zodra de moraal een rol gaat spelen, wordt het transpersoonlijke domein afgesloten.
P197. Maar de in hoofdzaak dualistische benadering van de theologie geeft me nog steeds grote problemen.
Nawoord
P202. [Nawoord interviewer:] En evenals mijn collega vond ik het onbevredigend, dat zijn inzichten worden gevoed door ervaringen die voor onszelf niet of nog niet toegankelijk zijn. Maar de volstrekte waarachtigheid en het gezag waarmee onze gesprekspartner ons zijn gedachten heeft ontvouwd, liet er bij mij van het begin af aan geen twijfel over bestaan, dat een intensievere bemoeiing met de wijsheid van deze man de moeite waard zou zijn.