Citaten uit drie boeken van Bram Moerland
Het gaat om deze drie boeken van Bram Moerland:
- Gnosis en gnostiek; De bevrijding van de liefde
- Het evangelie van Thomas; Het weten van een ongelovige
- De katharen; De overwinning van de vrijheid
Uitgeverij Ankh-Hermes heeft ze in 2014 opnieuw uitgebracht. Zelf heb ik ze pas in 2025 gelezen.
Prachtige boeken waarin de gnostiek volop tot haar recht komt. Dat miste ik bij het boek De gnostische evangeliën van Elaine Pagels. Bram gaat veel dieper in op wat er zoal speelt in en rondom de gnostiek. Inmiddels zit de waarde van de gnostiek voor mij in de focus op onze eigen, liefdevolle richtingaanwijzer in plaats van een focus op één van de vele richtingaanwijzers buiten ons. En juist daarom was de Rooms-katholieke kerk erop gebrand deze stroming met wortel en al uit de samenleving te verwijderen. Geen enkel middel werd daarbij geschuwd…
Veel leesplezier bij de citaten en als de strekking je aanstaat, raad ik je van harte aan de boeken in zijn geheel te gaan lezen.
Boek 1. Gnosis en gnostiek; De bevrijding van de liefde
P28. [Thomas 107:] Jezus zei: Het koninkrijk is als een herder die honderd schapen had. Een van hen, de grootste, ging ervandoor. De herder verliet de negenennegentig en zocht naar die éne, tot hij hem vond. En nadat hij zich al die moeite had getroost zei hij tegen het schaap: Jij telt voor mij meer dan die negenennegentig. [zie ook p83]
P30. Als een mens alleen maar vorm geeft aan het rolmodel en niet aan je persoonlijkheid, dan heet je in de gnostische traditie een ‘dode’.
P32. Worden als een kind [zeven dagen oud … Na zeven dagen] was het kind ‘een besnedene’ en leerde zichzelf ook te ervaren als een besnedene. … Je voegt jezelf daarmee in de kudde van de besnedenen.
P34. De gnostici gingen uit van de fundamentele goedheid van de mens, eventueel verborgen en alsnog op te wekken.
P36. Een blinde is iemand die oordelend naar een medemens kijkt met een rolmodel als maatstaf
P37. [Volgens] de kerk heeft Jezus met zijn lijden en zijn dood plaatsvervangend geboet voor de zonden van de mensheid. Die kerkelijke visie heet ‘de verzoeningsleer’. … [en bestaat uit twee componenten]. De eerste is de opvatting dat elke mens in zonde geboren is. … De tweede is het heilsplan van God met de mensheid. Jezus zou, als Gods zoon en dus ook zelf God, vrijwillig mens geworden zijn, om Gods heilsplan met de mensheid te voltrekken. Zijn kruisdood is een vooraf gepland zoenoffer. Het zoenoffer van Jezus is de plaatsvervangende boetedoening voor de zonden van de mensheid. Door dat zoenoffer kan de verstoorde relatie tussen mens en God weer hersteld worden.
P40. Maar voor de gnostici was dat nu precies waar het hen om ging: hoe je bent en wie je bent is ieders eigen waarheid.
P43. De katharen waren gnostici! En zo kunnen we vaststellen dat de gnostiek meer dan duizend jaar een levend onderdeel van de christelijke traditie is geweest.
P47. Die streepjes en punten [in de grot van Niaux] zijn heel verrassend. Ze plaatsen je meteen voor een raadsel. Het is duidelijk dat ze iets betekenen, maar je weet niet wat. […] je [weet meteen] dát ze iets betekenen, maar je weet niet wát.
P48. Het kenmerkende van … ‘grenservaringen’ is dat ze buiten het verstand om gebeuren. Het is geen betekenis-geving. De betekenis gebeurt aan je. Zo’n ervaring valt met zichzelf samen.
P49. Mensen kunnen dus in bijzondere gesprek situaties, als het ware door de kieren van het bestaan heen, een ervaring van zinvolheid hebben die tegelijkertijd een niet-weten is, omdat daar geen denken en geen taal aan te pas komt. […] Voor het verstand is dat niet-weten bijna onverdraaglijk. Daarom zullen mensen door alle eeuwen heen proberen die ervaringen te ‘duiden’, te ‘verklaren’, te ‘begrijpen’.
P50. De filosoof Jaspers benoemt ze als de ervaring van verbondenheid met het omvattende, als een existentiële grondervaring. Dat ervaar ik [BM] zelf als een passende omschrijving, omdat het geen duiding is maar een kenmerk van de ervaring.
P51. Er kleeft een gevaar aan het achteraf toekennen van betekenis aan grondervaringen. Als je de toegevoegde betekenis belangrijker maakt dan de ervaring, doe je iets met jezelf. Dan loop je het gevaar jezelf af te sluiten voor die heel speciale en universeel menselijke ontroering van het leven. Alleen door de innerlijke houding van niet-weten kun je je bewustzijn openen voor die grondervaring van geborgenheid in het omvattende. […] De houding van niet-weten is een totale openheid voor al-wat-is. […] De streepjes en punten in Niaux zijn voor mij een teken geworden van dat existentiële grondgevoel.
P52. wij mensen kunnen … aan ons leven de betekenis geven die we maar willen
P53. Maar het wordt heel wat minder eenvoudig als we proberen erachter te komen hoe de betekenissen ontstaan van woorden die niet naar dingen verwijzen maar naar waarden. […] Om te kunnen begrijpen wat er bedoeld wordt met het woord ‘held’ heb je verhalen nodig.
P54. Waarden bestaan niet als onderdeel van de werkelijkheid waartoe stenen behoren. Waarden wonen in mensen en ze kunnen opgeborgen worden in verhalen. Elke cultuur wordt gekenmerkt door zijn verhalen.
P55. Plato, lang vóór Jezus levend, heeft ook een ongelooflijk grote invloed gehad op de vorming van het christendom. Hij was de pleitbezorger van een scherpe scheiding tussen lichaam en geest. Het lichaam is minderwaardig en de geest is verheven, aldus Plato.
P56. Door elkaar verhalen te vertellen laten mensen aan elkaar weten hoe zij het leven ervaren. Met die verhalen maken ze hun ontroering door het leven kenbaar, hun geluk en ongeluk, hun liefde en haat, hun vreugde en pijn, hun hoop en vrees.
P57. Stel, je bent het helemaal met [de Duitse existentiefilosoof Karl] Jaspers eens. En je wilt dat inzicht van hem aan je kinderen meegeven, want dat vind je belangrijk. Hoe doe je dat? Door elke dag voor het slapen gaan het desbetreffende hoofdstuk uit het boek van Jaspers voor te lezen? Het kind zal daar helemaal niets van begrijpen en het zal geen enkel effect sorteren. Maar als je het kind het sprookje van Hans en Grietje vertelt, weet het precies waar het over gaat.
P58. Een verhaal is emotioneel waar als de oorspronkelijke ontroering die erin is ondergebracht opnieuw beleefd wordt door de lezer of de toehoorder.
P58/59. En wat gebeurde hier tijdens die voorlezing [van het scheppingsverhaal]? De oorspronkelijke ontroering van de schrijver werd op mij overgedragen en misschien ook wel op de toehoorders. … En ik begreep ook dat dit de enige manier is waarop mensen anderen hun gevoelens kunnen laten meebeleven.
P59. Het scheppingsverhaal werd voor mij waar, maar niet als een feitelijk verslag van de schepping. In het hardop voorlezen sprak een medemens tot mij die mij wilde bereiken, die mij deelnemer wilde maken aan wat hij zelf beleefd had. Als dat lukt, vindt er een waarheid plaats op zielsniveau. […] Om bereikbaar te zijn voor de ontroering van je medemens, moet je je zekerheden durven loslaten, de vensters van je ziel openstellen, en bereid zijn geraakt te worden. Alleen dan kun je de waarheid van een verhaal verstaan.
P60. misschien ontneemt men [het verhaal] van Jezus wel zijn werkelijke waarde door het letterlijk te nemen. […] De lofzang op de schepping uit Genesis ervoer ik als een vorm van zielencontact over de eeuwen heen. […] het woord ‘evangelie’ betekent gewoon ‘een goed verhaal’. Als goed verhaal kan het misschien weer ‘waarheid worden op zielenniveau.
P61. Grote mensen doen niet anders [dan kinderen]. Alleen zijn ze meestal vergeten dat ze elkaar verhalen aan het vertellen zijn. Ze geloven in het spel en de spelregels. Ze geloven dat het verhaal dat ze samen met andere mensen spelen de echte werkelijkheid is. Ze geloven vooral in hun eigen rol als deel van hun grote-mensenverhaal. Ze denken dat ze die rol zijn.
P62. Mensen [zijn zelf …] de verteller van … [hun verhaal]. […] Wie ben je nog zonder een verhaal over jezelf? […] Veel mensen zijn geneigd de waarden die ten grondslag liggen aan hun leven buiten zichzelf te plaatsen.
P63. [Een verhaal buiten onszelf:] [De mensen die hiervoor kiezen,] plaatsen dan de zin van het bestaan buiten zichzelf. Daarmee snijden ze zichzelf af van de bron van zingeving in zichzelf, de ontroering door het leven in openheid voor al-wat-is. […] Voor een groot verhaal als fundament van een cultuur zijn dus twee dingen nodig: een geniaal verteller en collectieve bijval. Grote verhalen kunnen ook sterven.
P64. [De ‘zuivere leer’] vind je pas als je het grote verhaal van het boeddhisme, of van welke andere traditie dan ook, kunt gronden in je eigen ervaring. […] [Mensen] herijken [verhalen] in hun eigen ervaring. Als dat niet meer mag of kan, dan sterven verhalen af. Of ze worden tot een spirituele gevangenis.
P65. We kunnen gewoonlijk ons eigen verhaal niet zien. Het is veel te vanzelfsprekend omdat we ermee vergroeid zijn.
P66/67. Mensen kunnen … in de open ruimte tussen de verhalen … zichzelf zijn in hun oneindige verscheidenheid en tegelijkertijd met-elkaar zijn in een vanzelfsprekende verbondenheid als mens-met-de-mensen. Daar, in die open ruimte, worden ook van oorsprong de verhalen geboren waarmee mensen aan elkaar laten weten hoe ze het leven ervaren, en waarmee ze de waarden vastleggen die voortkomen uit hun ontroering door het leven.
P68. [Jezus] vraagt je zijn woorden op je tong te leggen en ze te proeven, tot ervaring te maken […] Als je zo met verhalen omgaat, als je daarvan de smaak te pakken hebt, word je vanzelf mens. Net als Jezus.
P69. Je ontmoet [als personage in een detectiveroman] een filosoof die je toont dat je in een detectiveroman zit en wat daarvan de basisstructuur is. … Je hebt dan een sprong gemaakt in je bewustzijn.
P73. Een ‘kleed’ is het symboolwoord voor een betekenis die men aan het bestaande kan toekennen. Men ‘bekleedt’ de werkelijkheid met betekenis. Jezus werd na zijn geboorte … ‘in doeken gewikkeld‘.
P74. Een stelsel van betekenissen noemt men in de gnostiek ‘de wereld’. […] ‘Opgegeten worden’ betekent in de gnostiek: gevangen raken in een stelsel van betekenissen.
P75. Iemand die gevangen is geraakt in een verhaal over de werkelijkheid … noemt men wel ‘een zoon van het land’. Het woord ‘land’ is hier symboolwoord voor een specifiek verhaal over de werkelijkheid. […] Wie geworden is als een kind heeft echter geen vaste woon- en verblijfplaats, geen ideologische identiteit; zo iemand is Bewust Spiritueel Dakloos.
P76. Je kunt als mens gevangen raken in een verbeelding van de werkelijkheid. In de gnostiek heet dat: de dwaling. […] Het proces van bevrijding uit de dwaling heet in de gnostiek: het herstel, de genezing, of ook wel de opstanding.
P77. Je kunt ook inzien, zelfs leren inzien, dat de feiten van je leven zijn als de streepjes en puntjes in Niaux. Ze hebben van zichzelf geen betekenis. … Dat inzicht schept de mogelijkheid tot zingeving in vrijheid. Door dat inzicht kun je de verteller worden van je eigen verhaal. … Daarop slaat de uitdrukking: ‘Neem je kleed op en wandel.’ Je bekleedt jezelf met je eigen, zelfgeschapen betekenis en daarmee wandel je, jezelf levend, en daarmee jezelf vertellend, door het leven. Dan geef je een antwoord op het leven dat past bij de vraag van dat moment. Dat antwoord ligt niet van tevoren vast. Het wordt geboren uit de ontroering door het leven, in het hier-en-nu. Als je zo leeft kun je groeien, wijs worden, ‘wandelen met God’ in de taal van het Oude Testament. […] Door het zien van je eigen verhaal, door het bevrijdende inzicht in je eigen rol en in je eigen gehechtheid aan die rol, wordt je blikveld mateloos verruimd. Je ontdekt dat er een oneindige ruimte aan zingeving is.
P78. [Je wordt], zegt de gnostiek, ‘koning in je eigen koninkrijk’. […] Je bent als koning van je eigen leven ‘autonoom’. … Een autonoom mens is dus iemand die zichzelf tot wet is, die zelf de wet stelt, als een soeverein vorst over zichzelf, en draagt daar dus ook – onontkoombaar – zelf de verantwoordelijkheid voor. […] Het fundamentele inzicht van de gnostiek is dat de mens het goddelijke aspect van de mens zelf is.
P80. Wie de moed heeft de leegte binnen te gaan, zal ontdekken dat daar geen eenzaamheid is, maar zal in plaats daarvan de ervaring opdoen van verbondenheid met al-wat-is als een onwrikbaar fundament onder het autonome bestaan.
P81. Staand voor de angstwekkende leegte ben je uiterst gevoelig voor ‘de dieven in de nacht’, de goeroes, profeten en predikers die je verlossing van je angsten bieden door in hun verhaal te stappen.
P83. … in de leegte woont de liefde, niet als een gebod, maar als een te ervaren en vanzelfsprekende grond van je bestaan. Wie de leegte betreedt zet daarmee een proces in zichzelf in werking: het ontwaken van het hart. […] Je eigen weg gaan: je zou dat kunnen verstaan als een rechtvaardiging van egoïsme. Maar wie de kudde verlaat, zal daarbuiten, in de open ruimte van het leven, stuiten op een vanzelfsprekende ervaring van verbondenheid met ‘het Al’, zoals dat in de gnostiek heet. En dat heeft gevolgen. Want dan is louter egoïsme eigenlijk niet meer mogelijk.
P88. Het serieus nemen van je bewogenheid is als het betreden van een immense innerlijke ruimte.
P92. Daarom zegt Filippus (10): Tegenover het werkelijk bestaande verliezen namen hun kracht.
P97. En zo zouden wij ons ook als vreemdeling kunnen opstellen tegenover alle grote verhalen die mensen opleggen wie en hoe ze zijn. Dat bewuste vreemdelingschap is een wezenlijk onderdeel van de gnostiek. Alleen door alle opgelegde identiteiten los te laten kunnen we waarachtig mens worden
P100. Door trouw te zijn aan de waarheid van je hart word je een vreemdeling voor alle afspraken over jezelf en de ander. Dan bestaan er geen vijanden. Dan ben je gewoon een mens, mens met de mensen. Dan is naastenliefde niet meer beperkt tot ‘wij’, want dan is er geen ‘zij’ meer. Dan is iedereen je naaste. Pas dan kun je je naaste liefhebben als jezelf, als mens zoals jij. Wie nergens bij hoort, hoort overal bij.
P102-104. Hylicus: waarden komen van buitenaf. Geen innerlijk kompas. Psychicus meent zich te kunnen bevrijden van het lijden, door alle verdriet en ontreddering te duiden als gevolg van een verkeerde houding tegenover het leven. Pneumaticus: een innerlijk vrij mens, bereid geraakt en bewogen te worden in zijn ziel.
P105. Verhalen maken mensen tot goden. […] Een kosmisch misverstand ontstaat als mensen gelovig worden […] Verhalen [kunnen de werkelijkheid bekleden] met betekenis die vloeibaar is, die steeds opnieuw in de ervaring wedergeboren kan worden en ook weer losgelaten kan worden, soms voorgoed.
P170. Waarom zouden we de zienswijze op de mens die door het christendom werd geformuleerd niet opnemen in het kader van de filosofie? De winst daarvan is dat we daarmee het christendom ontdoen van zijn geloofsdwang en er als vrije mensen over kunnen praten. […] Volgens de stoïcijnen is alles gedetermineerd. [… men kan alleen zielenrust] verwerven door de onvoorwaardelijke berusting in het lot, aldus de stoïcijnen.
P171. Niet het lot berokkend ons leed, maar ons eigen verzet tegen het lot [… aldus Cleanthes 300 v.C.]. Aan de zielenrust die de stoïcijnen nastreefden door de onvoorwaardelijke overgave aan het lot, gaven zij de naam apatheia, te vertalen als ‘zonder pathos zijn’, ‘zonder gevoel zijn’.
P172. Het bestaansrecht van de staat wordt de verdediging van de vrijheid van de individuele mens.
P193. Dat is de derde revolutie: de bevrijding van de liefde. Liefde is het innerlijk gezag van een vrij mens.
P202. Gnostische mythen zijn niet bedoeld om in te geloven, maar om een inzicht over te dragen. Daarom moet men die gnostische mythen ook niet letterlijk willen verstaan.
P203. De gnostische Christus is … een boodschapper. Zijn boodschap is dat de mens zichzelf kan verlossen uit de wereld van angst van de Demiurg.
P204. In de gnostiek wordt de wereld op elk moment nieuw geschapen.
P205. Welnu, dat proces van het afgesneden zelf, van de schepping van het valse zelf, wordt in de gnostiek uitgebeeld met de geboorte van de Demiurg.
P207. Sophia [zelfbewustzijn] beseft dat ze met de Demiurg een monster heeft gebaard. Dat inzicht wordt verbeeld in de geboorte van Christus. In de gnostiek is de Christus dus de mythologische voorstelling van het verlossende inzicht in de ware aard van de Demiurg.
P211. De Demiurg en de Christus verbeelden zo twee kosmische kwaliteiten die altijd en overal in een mensenleven werkzaam zijn. Ze vormen twee tegenpolen van de menselijke existentie, van gevangenschap en bevrijding, van de vervreemding en de authenticiteit, van het valse zelf en het ware zelf. […] Voor de gnosticus is de zingeving van vandaag de spirituele gevangenis van morgen.
P223. De maagdelijkheid van de ziel is een voorwaarde voor de geboorte van Christus in de mens. Na de geboorte … moet de ziel wel maagdelijk blijven.
P224. [In het boek Zij schreven op klei van Edward Chiera staat] dat de kus op de mond in die tijd in die cultuur de vorm was waarin mensen van maatschappelijk aanzien elkaar als gelijken begroeten
P227. In de gnostische symboliek is Christus de nieuwe Adam, de nieuwe mens dus. Maria Magdalena is in die mythische symboliek de nieuwe Eva. […] Er woont liefde in de mens. Die liefde kan verduisterd raken door allerlei bekledingen. Maar als de ziel weer naakt is geworden, of maagdelijk is geworden zoals moeder Maria, door al die bekledingen los te laten, dan wordt de mens hersteld in zijn oorspronkelijke glorie, en dan kan de mens huwen met de liefde die in hem woont. […] Pas als de Christus in ons huwt met de Maria Magdalena in ons, als de mens trouw betuigt aan de liefde die in hem woont en zich daarmee verenigt, pas dan kun je zeggen: Het is volbracht.
P231. [Kierkegaard:] Echte kennis kun je alleen opdoen door naar buiten te gaan, door ervarend in-de-wereld te zijn.
P232. Het werkelijk ‘zien’ van de schijn, dat is de verlossing.
P234. [De Samaritaan] wordt bewogen door het lot van zijn lijdende medemens, juist omdat hij geen verhaal heeft wat tussen hem en deze medemens staat. Hij verkeert in de leegte van het niet-weten … En dan … is er alleen het licht dat in je binnenste schijnt, het licht van de liefde. […] Alle verklaringen [van het lijden] zijn indirect beschuldigingen en daarom liefdeloos. […] Om te zorgen dat we niet verstrikt raken in onze eigen antwoorden doen we er verstandig aan elke dag het antwoord van gisteren weer los te laten.
P235. Want, het antwoord van vandaag kan morgen een spirituele gevangenis zijn. Dat inzicht is de parel van wijsheid die ik [BM] meen aangetroffen te hebben in de gnostische teksten, in de leer van de mens Jezus. Zoals Filippus zegt: Als een parel in de modder wordt gegooid, daalt haar waarde niet en haar waarde stijgt niet als ze met balsem geolied wordt. Als mensen al in de naam van Jezus gemoord en geplunderd hebben, hebben ze daarmee niet die parel van wijsheid bezoedeld. Ze hebben … zichzelf bezoedeld. En als ze Jezus al tot God verklaard hebben, ach, ook die balsumolie laat zich wel verwijderen. Deze gnostische parel van wijsheid kan altijd weer gereinigd worden. Dan toont zij weer zichzelf in haar eigen glans en schoonheid. Net als ieder mens.
P238. Want met het verlangen naar het licht in de verte plaats je de wereld die dichtbij is in duisternis.
Boek 2. Het evangelie van Thomas; Het weten van een ongelovige
P10. Ik [Annemiek Schrijver] las de leer der Vrijheid. … En nu, al lezend, begreep ik ineens het verschil tussen geloof en gnosis. Een geloof deel je met anderen. Dat is voor iedereen hetzelfde. Daar zit niets van jezelf in. Maar gnosis, dat innerlijk weten, dat is helemaal van jezelf. Dat is vrijheid.
P19. Het Thomasevangelie is niet alleen maar een verzameling losse uitspraken. Het blijkt een zorgvuldig opgebouwd handboek voor spirituele groei.
P25. Maar toch is er een groot en wezenlijk verschil met Thomas en het credo [tijdens het concilie van Nicea in 325]. Want voor Thomas geldt dat niet alleen Jezus, maar ook elk mens [de] twee naturen [van goddelijk en menselijk] heeft. Het gaat erom die twee naturen, mens en God, in de ervaring één te maken, met elkaar te verbinden.
P26. Het woord Christusnatuur verwijst in de gnostiek naar een universeel menselijke ervaringsmogelijkheid. … In andere spirituele tradities heeft het een andere naam.
P28. De ervaring van de persoonlijke natuur van de mens en van de Christusnatuur dient men te verstaan als twee verschillende toestanden van het ene menselijke bewustzijn. […] Het probleem dat men in de gnostiek schetst is dat de meeste mensen zich gewoonlijk alleen identificeren met hun tijdelijke bestaan, met hun persoonlijke natuur. Dan zijn ze afgescheiden van hun Christusnatuur. […] [De Christusnatuur] is bovenal een besef van verbondenheid met al-wat-is, als een ondergedompeld-zijn in liefde.
P29. In [de] bewustzijnstoestand [van de Christusnatuur] is er een besef van totale vrijheid, maar dan wel een vrijheid die onlosmakelijk gekoppeld is aan liefde. […] Het is niet de opzet van het Thomasevangelie om ernaar te streven permanent in de toestand van onbelemmerde gelukzaligheid te verblijven die bij een mystieke ervaring hoort. Het unieke van Thomas in vergelijking met andere spirituele tradities is dat het oproept tot de vereniging van die twee verschillende bewustzijnstoestanden, om die twee één te maken. Maar hoe doe je dat? Uitgangspunt van Thomas is dat de kwaliteiten van de mystieke ervaring permanent aanwezig zijn in de mens als een innerlijk weten. Het gaat erom de stem daarvan te leren verstaan.
P33. Wie meent dat hij de kerk niet nodig heeft, en aan zelfverlossing [van zijn zonden] doet, die ondergraaft daarom het monopolie van de kerk op het uitdelen van Gods genade. […] Het is daarom in dit verband heel betekenisvol dat in de gnostiek gezegd wordt dat de Christus in de mens woont, en dat zelfs elk mens een Christus is. Waarom is dat zo betekenisvol? Het woord ‘Christus’ is een vertaling in het Grieks van het Joodse woord voor ‘Messias’. De Messias, dat is voor de Joodse gelovigen de verlosser van het Joodse volk. Voor Joodse oren van die tijd moet het heel verrassend en zelfs schokkend zijn geweest om te beweren dat de Messias in de mens woont. [zie ook p51]
P34. Maar, waarvan zouden we onszelf dan dienen te verlossen? Nee, dat is niet van de zonde, zoals in de verzoeningsleer. Waarvan dan wel?
P36. Door de mens in de ander te zien werden [de Israëlische vrouw en de Palestijnse vrouw] zelf ook mens. Ze konden nu hun vijand liefhebben, door achter het masker van de vijand de oorspronkelijke mens te zien, het oorspronkelijke gelaat van de medemens. Ze waren beiden mens geworden. Dat is de menswording die het Thomasevangelie bedoelt. Dat is de verlossing van de gnostiek, de bevrijding van een zelfbeeld dat niet samenvalt met je ware zelf en dat je je mens-zijn ontneemt.
P37. [‘velen’ of ‘menigte’: een collectiviteit] die aan de leden een zelfbeeld schenkt dat niet samenvalt met hun ware zelf.
P38. Het verlaten van de kudde, dat kun je alleen zelf. Daarom heet het ook zelfverlossing. Dat is de weg van het Thomasevangelie. Dat lijkt een eenzame weg. Maar daarmee geraak je in een verbondenheid die aansluit bij het eenheidsbesef van de mystieke ervaring en die de oerbron is van de naastenliefde. Want wie nergens bij hoort, hoort overal bij.
P39. Wat blijft over als we de angst schrappen? Liefde. Dat is de kernboodschap van Jezus, niets meer en niets minder. Dat geldt voor het Nieuwe Testament én voor het Thomasevangelie.
P40. In de studie van oude teksten geldt de volgende vuistregel: als twee teksten van verschillende bronnen op elkaar lijken dan is de eenvoudigste de eerste.
P42. [Er staat veel] in Thomas wat nog nooit eerder is gezegd, en waarvan het dus aannemelijk is dat dat van Jezus zelf is.
P51. Als we onze naaste lief zouden willen hebben als onszelf, waartoe Jezus ons door zijn voorbeeld oproept, vraagt dat om een wilsbesluit. Zo’n wilsbesluit kan alleen door een vrije geest genomen worden. […] [Christus] is een vertaling in het Grieks van het Hebreeuwse woord voor ‘gezalfde’. Met dat woord werden in de Joodse traditie de koningen aangeduid. [Zie ook p33]
P52. [De mens is niet alleen zijn eigen verlosser,] zijn eigen Messias, maar [is ook koning) over zichzelf. […] Zoals de persoonlijke natuur van de mens en de Christusnatuur een tweeling vormen, zo gelden in de gnostiek ook vrijheid en liefde als een onafscheidelijk koppel. Liefde is niet het gehoorzaam opvolgen van opgelegde geboden. Liefde is de morele toetssteen van de vrije mens.
P53. Dat nieuwe woord [koninkrijk i.p.v. beloofde land] is heel betekenisvol en voor de Joodse tijdgenoten wellicht schokkend. Het woord dat we in de bronteksten aantreffen voor ‘koninkrijk’ is imperium. En dat woord kende in die tijd maar één algemene betekenis: het Romeinse rijk. Door het beloofde land nu imperium te noemen, geeft Jezus daar een nieuw, radicaal andere betekenis aan. Het is niet alleen voor de Joden. Het is voor iedereen in het Romeinse rijk, wat in die tijd zoveel betekende als de hele wereld.
P54. In het koptische origineel staat letterlijk: ‘Het koninkrijk is in je binnenste en in je oog.’
P55. Het origineel zegt mijns inziens nadrukkelijk dat je de gesteldheid van je innerlijk weerspiegelt zult ziet in de wereld om je heen.
P57. Ogen van liefde oordelen niet, maar nodigen anderen uit zichzelf te tonen in hun ware aard, opdat wat verborgen is in henzelf weer tevoorschijn kome. Een oordelende blik maakt dood, liefde wekt tot leven. […] Het kind in ons dat gestorven is door de besnijdenis moet uit de dood opgewekt worden. … Je moet [daartoe] terug naar het begin, naar wat je van oorsprong zelf was. [P58] Zo zul je ten laatste weer zijn als in het begin. Aan het eind van het spirituele pad zullen ten slotte vele laatsten … weer zijn als de eersten, als het kind in zichzelf. En dan ben je weer één met je eigen ware zelf en daarmee één met de Christusnatuur in jezelf.
P61. [Maar] wat moet ik, deze unieke mens in deze unieke situatie doen? Als je die vraag zo stelt, en je eerlijk wilt luisteren naar wat zich in jou aandient, zal er een antwoord in jou opwellen. [… mogelijk zie je achteraf dat je verkeerd hebt] gekozen. Dat zou kunnen. Maar neem daar dan toch de verantwoordelijkheid voor. […] In elk mens schuilt een verlangen om met je diepste wezen aanwezig te zijn in de wereld, en daarin gekend te worden.
P65. Lekker egoïstisch alleen maar aan jezelf denken? […] Maar dan heeft de leeuw, je zelfzuchtige roofdierbegeerte, de boodschap opgegeten. […] Als je ontdekt dat het kind in jou een en al liefde is, dan ben je pas echt mens geworden. Nee, dan zul je de dood niet proeven. Ja, dan ben je gezegend.
P66. ‘De leeuw die mens wordt = een wettische Jood die gnosticus wordt. […] De uiterlijke wet van Mozes verandert in verinnerlijkte liefde.
P67. Als de liefde alleen maar weer een uiterlijke wet wordt, dan is de boodschap van de menswording opgegeten door de leeuw […] Spirituele tradities zijn bewaarplaatsen van doorleefde wijsheid. Maar de mystieke kern van elke spirituele traditie, hoe zuiver ook, zal onherroepelijk verduisterd raken door allerlei niet ter zake doende aangroeisels. Dat geldt dus ook voor de gnostiek.
P70. Sommige mensen blijven hun leven lang gehecht aan die ene indrukwekkende ervaring ooit lang geleden. […] Oefen jezelf in loslaten.
P71. Misschien overkomt je [zo’n indrukwekkende ervaring] niet zo vaak, maar is niet alles wat kostbaar is zeldzaam?
P72. In de mystieke ervaring ervaart een mens zich verbonden met al-wat-is. Die ervaring is tijdloos … Je kunt dan ook ervaren dat je ondergedompeld bent in alomvattende liefde. Tijdloosheid, eenheid en liefde zijn de kenmerken van de mystieke ervaring. […] Als jij en de Bron niet meer één zijn, richt je dan luisterend naar je hart, en wacht geduldig tot het weer tot je spreekt, want nu herken je de stem. En langzaam maar zeker zal er een vertrouwen in je groeien dat die Bron, die je zo dichtbij ervoer, waar je je deel van voelde, ook op zoek is naar jou en dat je dat alleen maar hoeft te beamen in overgave: ‘Hier ben ik’, en dat de eenheid met de Bron vooral gelegen is in de bereidheid met je daden in de wereld antwoord te geven op het geroepen worden, door te durven leven vanuit de bewogenheid van je hart, vanuit de liefde die altijd al in je woonde maar pas vervuld wordt in je daden van barmhartigheid.
P75. Thomas moet nu nog de moed verzamelen om te durven erkennen: Wat ik in Jezus gezien heb, zo ben ik ook zelf, wat ik in Jezus zag is de spiegel van mijn eigen wezen.
P76. [Thomas] moet bovenal de vermeende veiligheid durven loslaten dat er een meester is die hem vertelt hoe hij moet zijn. Hij is zijn eigen meester, zoals ook Jezus voor zichzelf zijn eigen meester is. […] Jezus helpt hem daarbij en neemt Thomas terzijde. Precies, terzijde, want de ervaring van meesterschap, zo leert Jezus hem, is terzijde van alle dogmatiek en leerstelligheid. Het is het loslaten van elke leer, van elk conventioneel schijnweten, ook over jezelf. […] En als iemand die schijnzekerheid bedreigt, zal die het gevaar lopen gestenigd of verbrand te worden. Thomas beseft dat gevaar.
P77. Als je een aalmoes geeft aan een bedelaar, alleen omdat je hebt geleerd dat het zo hoort, kun je dat ervaren als de bevestiging van een ongelijkwaardige relatie tussen jullie beiden, en niet als oprechte betrokkenheid bij een medemens.
P78. […] want dat is wezenlijk herstel, ongeacht het geloof van die ander. En aarzel zelfs niet om voor de beschrijving van die kern in de ander, en van de weg daarheen, de taal te gebruiken van diens eigen land, dat wil zeggen, van diens eigen en vertrouwde spirituele traditie. […] Maar als je je openstelt voor het zijn van de ander, dan kan je in die ander iets herkennen wat aan geen tijd, geen land, geen leerstelligheid gebonden is. Dan ontmoet je in die ander ook jezelf. […] Wezenlijk is dat je [… bij het leren van een spirituele traditie…] leert verstaan met je hart waar die woorden werkelijk over spreken, in welke taal en in welke traditie dan ook. […] In een waarachtige ontmoeting met een medemens, als je beiden respectvol luistert en eerlijk antwoord, kun je soms iets bijzonders ervaren, iets dat uitstijgt boven de tijdelijkheid van het bestaan. Maar dat bijzondere is niet alleen in die ander, het is ook in jou. De boodschap van dit logion is: wat je ziet in die ander, is ook je eigen Bron, je eigen ‘vader’.
P79. Een waarachtig leraar, zoals Jezus, zal … verering niet accepteren, maar je naar je eigen licht terugverwijzen
P80. Er zijn heel veel mensen die menen dat er pas vrede op aarde zal zijn als we allemaal dezelfde mening hebben, of als we allemaal hetzelfde geloof aanhangen, als we het allemaal met elkaar eens zouden zijn. […] De vrede op aarde zal pas dan bereikt worden … als we elkaar niet klein houden maar elkaar bemoedigen, als we elkaar ieders eigen licht gunnen.
P81. Pas wie vrede met zichzelf gesloten heeft, kan zijn medemensen in vrede hun eigen waarheid gunnen. Wie verdeeld is in zichzelf, zal zijn innerlijke strijd op de wereld botvieren. […] Laat eerst het licht in jezelf schijnen op de duisternis in jezelf. Pas dan is er vrede mogelijk. Maar ook dat zal vuur, zwaard en oorlog oproepen, namelijk in jezelf. Beter gezegd: het zal de oorlog zichtbaar maken die je tegen jezelf voert. […] Vijf is het symbool van de volheid, de allesomvattende eenheid. Er is in elk mens een volheid, of heelheid. Maar die heelheid is verscheurd. Er is de twee, symbool van de innerlijke verdeeldheid, die oorlog voert met de drie, hier symbool van de drie-eenheid van lichaam, ziel en geest.
P82. Allerlei woorden die in de Joodse cultuur een traditionele uitleg hadden gekregen, worden door Jezus van een nieuwe betekenis voorzien.
P83. In de tijd van Jezus had het woord ‘hart’ een andere betekenis dan in onze tijd. Wij zeggen in onze tijd dat de mens denkt met zijn hoofd.
P84. Maar Jezus gebruikt de woorden en beelden van die tijdgebonden visie op de eindtijd, om een spiritueel proces te beschrijven.
P85. De toevoeging ‘Hij die staat aan het begin’ is een onmogelijkheid in de tekst van Jesaja. Alleen God staat aan het begin, is daar de boodschap. […] In het Oude Testament wordt God ‘de eeuwige’ genoemd. … Maar in de gnostiek geldt dat het eeuwige ook in de mens is. Dat wordt bedoeld met ‘die was voor hij er was’. […] Maar in de gnostiek geldt dat we als mens rechtsreeks met de bron verbonden zijn.
P86. [Gnostische uitdrukkingen dat we verwant zijn met de Bron:] Wij hebben ‘de gelaatstrekken van de Vader’. Wij zijn ‘de erfgenamen van de Vader’. […] De gnostiek noemt die aanwezigheid van de Bron in de mens: de Christus in jou. […] De farao Echnaton zei het zo: ‘God is de scheppende kracht in het hart van de mens’. […] ‘de stenen’, de materie
P87. Zoals de klei ter beschikking staat van de pottenbakker, zo zal de materiële werkelijkheid, ook je eigen lichaam, je dienstbaar zijn in je persoonlijke zingeving aan je leven en daarmee aan de hele schepping. […] Naastenliefde is in deze opvatting niet alleen een moreel gebod, het is ook de beleving van de wezenlijke eenheid die we met elkaar vormen in alle verscheidenheid. […] de kwintessens, de vijfde essentie. … De kwintessens is de alles doordringende essentie van [de] vier oerelementen. Aarde, water, lucht en vuur zijn expressies, vormen, van de ene kwintessens.
P88. Zo’n liefdevolle bevestiging van de ander is als het zaaien van een nietig mosterdzaadje
P89. … de dieven in de nacht. In de zielennood van de ander zien [allerlei geloofsverkondigers] hun kans schoon. Zij hebben immers de antwoorden!
P90. [… als je weer opbloeit, zullen de dieven] niet zeggen: ‘De kracht in jouzelf heeft je genezen’, nee, ze zullen zeggen: ‘Ons geloof heeft je genezen’. [… Jezus is de] boodschapper die de mens helpt ‘zichzelf te herinneren’.
P91. ‘Wat voor spirituele leraren zijn jouw discipelen?‘ vraagt Maria. … [het zijn] mensen die anderen helpen hun eigen kracht en innerlijk weten te mobiliseren zodat die zichzelf kunnen verlossen. … iedere goedbedoelende hulpverlener … loopt het gevaar … een dief in de nacht te worden.
P92. Maria [haar vraag] … is veel meer een kritische toetsing.
P94. Dit beeld van een kind aan een moederborst is een symbool [van] … van de twee één maken, ofwel het slechten van de dualiteiten.
P95. Voor het ene leven dat voortstroomt uit de kosmische moederborst is de tekst van toepassing uit het Evangelie van Filippus (10): “Licht en duisternis, leven en dood, rechts en links zijn broers van elkaar. Ze kunnen niet van elkaar gescheiden worden. Om die reden zijn noch de goeden goed, noch de slechten slecht en is leven niet alleen maar leven en dood niet alleen maar dood.” Daarom zal een ieder tot zijn oorsprong ontbonden worden. … Als we ‘ontbonden’ worden van dualiteiten, kunnen we ons weer laven aan die moederborst die alle leven voedt.
P96. Liefde maakt van een massamens een individu
P97. Als je denkt dat je er nog niet bent, ben je er ook niet. Het denken schept dan zelf een dualiteit tussen het hier-en-nu en het te bereiken doel. […] ‘Wie oren heeft, die hore!’, een uitdrukking die er meestal op wijst dat het hier gaat om het overstijgen van het denken.
P98. Zoek de antwoorden op je levensvragen niet in het verhevene, maar in de eenvoudige, alledaagse praktijk. De praktijk van het leven is de weg, niet de leerschool. … de vinger die wijst naar de maan is niet de maan.
P100/101. [In de gnostiek] gaat het er niet om de wereld van afspraken te verlaten en achter ons te laten. Doel van de gnostiek als spiritueel pad is: mensen te maken tot vrije deelnemers aan ‘de wereld’ en met die vrijheid tot medescheppers van de afspraken die we met elkaar over de wereld maken. […] Dus we laten niet de afspraken los, maar het geloof in de absolute waarheid daarvan. Dat is het ‘vasten’ ten opzichte van ‘de wereld’. [… Zo] betreden we een oneindige ruimte aan zingeving. Dan kunnen we zelf in vrijheid onze betekenis verlenen aan het leven op aarde. [… Dit is] de scheppende goddelijke kracht in ons hart waar de gnostiek op doelt. […] Daarom zijn juist gelovigen tot de meeste wreedheden in staat, omdat ze de leer in plaats stellen van hun hart.
P102. … de twee één maken, ‘de wereld’ en het hart. … Dan kunnen we medescheppers worden van het koninkrijk op aarde, waar vrede en gerechtigheid gestalten zijn van de onuitputtelijke liefde die in ons woont. […] Een fundamentalist is dronken. Hij heeft te veel gedachten tot zich genomen en zijn dorst naar een vervuld leven gelest met absolute waarheden.
P104. Maar het één [= materie of geest] komt niet voort uit het ander.
P105. Zo’n mystieke ervaring is iets heel persoonlijk. Het overkomt je in je eentje. Dat gaat niet per gemeenschap, niet per drie [zoals gezegd in logion 30]. Maar soms, in een [werkelijk op elkaar betrokken] ontmoeting met een medemens … is de Christus in beiden nabij.
P108. Wie zijn leven ophangt aan een leer zal geneigd zijn die leer uit te dragen aan anderen. […] Maar als je handelt vanuit liefde … is je wijze van zijn in de wereld je boodschap, een boodschap die niet verborgen zal blijven. Liefde dient geleefd te worden, meer niet. Liefde is besmettelijk, daar kun je op rekenen.
P110. Alleen door het geloof zou men de eeuwige zaligheid kunnen verwerven, niet door gedrag, zoals Paulus leert in zijn brief aan de Romeinen. Dit logion [33] protesteert daar fel tegen.
P112. Een leven zonder liefde is richtingloos.
P117/118. [Mensen] kunnen dus worden als Adam en Eva nadat die van de boom van kennis van goed en kwaad hadden gegeten, maar dan zonder schaamte! …[Jahweh] sprak tot zichzelf: “Nu wil ik voorkomen dat hij (de mens) ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven.” … Jezus wijst zijn leerlingen de weg terug naar de levensboom. De weg terug naar de levensboom moet je als eenling zelf afleggen.
P120. Er is helemaal niets verkeerd met het feit dat we kunnen denken. Ons verstand is een grote gave. … helder inzicht [speelt] een belangrijke rol, bijvoorbeeld inzicht in de aard en de werking van de illusies waarin we gevangen kunnen raken. […] je [moet] bereid zijn je gedachten steeds te koppelen aan een innerlijke toetsing. Gedachten zijn mooi, maar het zijn ook grote verleiders. Ze gaan maar al te makkelijk een eigen leven leiden en nemen dan de plaats in van je eigen directe ervaring van de werkelijkheid.
P121. In elk mens is aanwezig een toetssteen van zuiverheid, hier verbeeld in het symbool van de duif.
P122. [wat we vertalen als ‘Vader’ betekent in het Aramees] letterlijk: ‘Geboortegever’. Dat woord is onzijdig … Je kunt het ook vertalen als ‘Bron van zijn’. … [het probleem van woorden:] we proberen het onnoembare te benoemen, en dan gaan we geloven in de woorden. Het verhaal komt in de plaats van het werkelijk bestaande.
P123. [De schriftgeleerden] zijn buiten gebleven. Naar binnen gaan staat hier voor: gaan naar de ervaring in je binnenste. Alleen in de ervaring kan men het werkelijk bestaande leren kennen.
P124. De hand is in Thomas altijd symbool voor het handelen in de wereld. Wie iets doet vanuit die mysterieuze verbondenheid met de Bron, die stijgt boven zichzelf uit. Die geeft niet alleen, hij krijgt ook, misschien wel meer dan hij geeft.
P125. Wie handelt vanuit liefde, krijgt veel meer terug dan hij geeft, al is het hem daar niet om te doen. […] Laat je meevoeren door het leven als het water dat uit de bergen komt en feilloos zijn doel bereikt.
P126. Het doet er niet toe welk geloof je aanhangt, dat wil zeggen: onder welke spirituele boom je schuilt. Wat telt zijn je daden, de vruchten van de liefde die in jou schuilt, en wacht op ontdekking.
P128. Als je in je weigering blijft volharden om te antwoorden op de innerlijke roep van de liefde, dan plaats je jezelf buiten genade en vergeving. … Dan moet er genezen worden, geheeld. Die heling is het spirituele pad van de gnostiek. … Wezenlijk is het inzien hoe je jezelf afsneed van de Bron.
P130. Ontrouw aan de bewogenheid van je hart, ja, dat is de bron van alle verlorenheid.
P130/131. De vruchten van de acanthus lijken sprekend op een druif. Maar wie deze schijndruiven wil plukken zal zich bezeren aan de doornen. Bovendien zullen deze schijndruiven geen wijn opleveren, wijn als symbool van de geest.
P132. Fundamentalisme bestaat altijd uit geloof in gedachten. Want beelden worden bedacht.
P133. In de gnostiek gold Jezus als een breuk met het Oude Testament, met name met het Godsbeeld van Jahweh als een jaloerse en wraakzuchtige tiran. Wat [logion 47] hier duidelijk zegt [over oude wijn in nieuwe zakken, etc.]: Het Oude Testament en de leer van Jezus zijn niet verenigbaar.
P134. Het huis is het gnostische symbool van het innerlijk van de mens. Het is in de mens zelf dat er afgescheidenheid kan bestaan tussen de persoonlijke natuur en de Christusnatuur.
P135. Als [de pastor] trouw blijft aan de kerkelijke leer, dan is die leer als een onverzettelijke berg. … Maar als hij vrede sluit met zijn innerlijk weten, en daar trouw aan blijft, dan kan hij tegen die berg van fundamentalistische waarheden zeggen: ga weg. En die gaat dan weg. … [dan] worden de antwoorden op de vragen van het leven steeds opnieuw geboren uit de bewogenheid van zijn hart. […] [wie de eenheid tussen beide naturen herstelt, noemt men in] de gnostiek: een eenling. … ‘een heel iemand’ […] de oorspronkelijke betekenis van het woord individu. Dat is het Latijnse woord voor eenling [: niet verdeeld in zichzelf], een heel mens.
P136. In Thomas kan men [‘uitverkorenen’] verstaan als: de geliefden. Liefde maakt van een massamens een individu.
P137. In de oudtestamentische traditie schiep God op één enkel tijdstip, namelijk ‘in den beginne’, de gehele kosmos. Die kosmos bestaat sedertdien geheel op zichzelf. Maar er is in de klassieke oudheid, met name in Egypte, ook een andere scheppingsmythe. In dat andere scheppingsverhaal wordt de wereld op elk moment nieuw geschapen. … Men noemt dat permanente scheppingsproces van de werkelijkheid: een emanatie.
P138. Wie zichzelf heiligt, heiligt daarmee ook de kosmos. En bedenk dat het woord ‘heilig’ verwant is aan het woord ‘heel’. […] [De mens] is een rust met zijn tijdloze Christusnatuur, de Bron in zichzelf. Hij is een beweging met zijn persoonlijke in de tijd geplaatste menselijke natuur.
P140. [Volgens Jesaja moeten de nieuwe hemel en aarde nog komen] Maar Jezus keert dat – opnieuw – radicaal om. Die zogenaamde nieuwe aarde is er al, is er altijd al geweest. … en kan alleen in het hier-en-nu herkend worden.
P142. Wie passief afwacht tot God een nieuwe wereld schept leeft niet. […] Maar Jezus legt de verantwoordelijkheid voor de heelheid van de schepping geheel bij de mens zelf, bij de levenden, bij iedereen die leeft.
P143. De besnijdenis in de geest, dat is het loslaten van allerlei illusies over jezelf. […] De uitspraak ‘Gelukkig zijn de armen’ betreft hier natuurlijk de ook in het Nieuwe Testament genoemde armen van geest. Dat zijn mensen zonder illusie, of althans mensen die niet in een illusie gevangen zitten.
P144. Het is al een hele stap op het spirituele pad als je beseft dat er in jou zoiets is als een waarnemer. Spirituele groei bestaat vooral daaruit dat je je steeds meer bewust wordt van die waarnemer in jou. … De innerlijke waarnemer, ook wel de innerlijke getuige genoemd, kan al de bewegingen van je gemoed oordeelloos zien, zonder erin op te gaan en zonder er strijd mee te leveren. … De waarnemer … is zelf geheel vrij van [emoties]. Daarom heet het dat het bewustzijn van de innerlijke waarnemer leeg is of met het symboolwoord in dit logion: arm, arm van geest. … Je kunt de kwaliteiten van het innerlijk bewustzijn samenvatten onder: vrijheid, vertrouwen [een innerlijke gesteldheid van een rustig en onwankelbare zekerheid], zijn en goedheid [gelukkig/zalig zijn: strijdloze en onvoorwaardelijke overgave aan de werkelijkheid in het hier-en-nu].
P148. hoogstwaarschijnlijk … betekent het woord ‘haten’ ook ‘opzij zetten’.
P150. In onze tijd is er niemand meer die ons de symbolische betekenis van de geheime gnostische woorden kan leren. We zullen die op enigerlei wijze zelf moeten reconstrueren.
P154. Sluit vrede met jezelf. … Sommige van je vermeende gebreken zullen helemaal geen gebreken blijken te zijn, maar juist prachtige talenten. Andere eigenschappen verbleken in belang en kun je daardoor met gemak loslaten. Dat is het moment van de oogst. […] Gelukkig de mens die heeft geleden? … [Oude Testament:] Het lijden was toch een straf van Jahweh op de zonde?
P155. Het antwoord van Jezus op het menselijk lijden is niet een beschuldigende vinger, maar barmhartigheid zonder oordeel. Dat is misschien wel het meest kenmerkende verschil tussen Jezus en het Oude Testament. … het lijden oordeelloos te aanvaarden als deel van het leven
P156. Dat je alles goed zou moeten vinden is een bedenksel, een opgelegd mentaal oordeel.
P157. Protest en instemming van het hart vormen dan de innerlijke richtlijnen voor het menselijk handelen, en niet de van buitenaf opgelegde oordelen. … Zij zijn het gevolg van emotionele openheid. […] Maar men kan het verhaal over de nederdaling van Christus op aarde met de bereidheid daar het lijden te aanvaarden ook op een andere manier bezien. Niet als een historische werkelijkheid, maar als een betekenisvolle mythe. Dan gaat ook dit verhaal over de acceptatie van het lijden als deel van de werkelijkheid. Dan wordt het anders zo mysterieuze zwijgen van Jezus bij zijn veroordeling tot de kruisdood ineens heel betekenisvol. Dan krijgt dat zwijgen de betekenis van de onvoorwaardelijke overgave aan het leven als doorgang naar de opstanding uit de spirituele dood.
P160. In de mythes van de klassieke oudheid is het beeld van de vrouw vaak symbool van de menselijke ziel. [… bij Maria:] de ziel van de mens moet eerst maagdelijk worden, voor de Christus in je geboren kan worden. … Ook het lam in dit logion [60] [verbeeldt de toestand van de ziel van een onbesneden kind]. … [De Samaritaan] is – heel betekenisvol – op weg naar Judea. Hij zou misschien wel een wettische Jood willen worden en zich laten besnijden. Maar daarvoor zal hij het lam – het onbesneden kind in zichzelf – moeten doden. … [P161] [Waar gaat het Jezus om?] Zoeken naar een plaats van rust in jezelf. Op die innerlijke plaats van rust kun je één worden met de Bron, en niet in Judea.
P162. Op de plaats van rust zal het valse zelf sterven en het ware zelf wakker worden. Het valse zelf, dat is het beeld dat je van jezelf gemaakt hebt en waarvan je denkt dat je dat bent.
P164. Maar wie is [Jezus] dan [als mens], als hij geen sociaal masker heeft? [… Komt hij namens een superieur spreken?] [Jezus zegt:] ‘Ik kom namens een gelijke.’ … [Jezus] is wezensgelijk aan het goddelijke. Salomé begrijpt nu wat Jezus bedoelt, en hoe bijzonder dat is. Zij wil zijn leerling worden. [… Echter:] Door Jezus te vergoddelijken en zichzelf ongelijk aan hem te maken, zal ze sterven in spirituele zin, en een lijk worden.
P165. Het onderscheid tussen geloof en gnosis speelde een belangrijke rol in het vroege christendom. Het was een van de belangrijkste controverses tussen kerk en gnostiek. … Op het spirituele pad van de gnostiek is het belangrijk dat je eerst de moed verzamelt om elk geloof los te laten. Gnosis, het ervaringsweten, is niet tweedehands, van horen zeggen, verkrijgbaar. … Natuurlijk kun je samen optrekken en met anderen en onderweg ervaringen uitwisselen. Dat is de waarde van een spirituele traditie en een spirituele gemeenschap. Maar de weg moet zelf gegaan worden.
P166. Laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. … [Deze spreuk] betekent gewoonlijk dat je bij werken van barmhartigheid niet stiekem aan je eigen belang moet denken. … Maar wat doet deze spreuk [bij logion 62]? … Als je ‘rijk’ bent in de gnostische betekenis, geef dan je rijkdom niet weg. … Kortom: gebruik je spirituele rijkdom niet om macht over andere mensen te verwerven.
P 167. … Gnosis is van niemand, en dus van iedereen. Maar gnosis kan alleen door ieder mens apart op ieders eigen manier ervaren worden.
P168. Het is in de praktijk van het leven overigens niet de duivel die je probeert te verleiden. Die staat slechts symbool voor de slaafse volgelingen, de hielenlikkers, de meelopers, de profiteurs
P171. Een gelijkenis is niet een mening, of een oordeel, maar een poging om een proces te beschrijven dat plaatsvindt in het innerlijk van de mens.
P172. Een gevoel is een bericht van je ziel [boodschapper!] over de kwaliteit van de levenssituatie waarin je je bevindt. … [Als je bij een gevoel van onbehagen meerdere boodschappers doodt,] zal er ooit een diep innerlijk protest in je ontstaan, een wanhoop misschien over je bestaan. In deze gelijkenis [over de rechtvaardige met een wijngaard] is dit de zoon, je wezenskern, de Christus in je. Sla je die ook dood? … Daar word je zelf een dode van. [… je kunt ook tintelende gevoelens van plezier krijgen] Je ziel vertelt je dat dit jouw pad is. Het is een innerlijke bevestiging dat dit de zin van je bestaan is. Met jouw werk … betaal je de pacht die je aan het leven verschuldigd bent.
P173. [Sluitsteen: een wat tapse steen die niet geschikt is voor muren, maar wel om een boog boven een deur te sluiten. Balans aanbrengen, twee helften verbinden.]
P174. Dat deel van ons wezen dat we ontkennen of niet toelaten [de sluitsteen] in ons bewustzijn, gaat echter niet verloren.
P175. [We kunnen] delen van ons ware zelf [wegstoppen door ze ‘slecht’ te leren noemen]. We leren bepaalde delen van ons ware zelf negatief te etiketteren
P176. De sluitsteen die eerst verworpen werd, jouw ware zelf, blijkt jouw eigen en unieke verbinding te zijn tussen het handelen in de wereld en de grond van je bestaan. […] Logion 67 … Jezus zei: Wie alles weet maar niet zichzelf kent, die mist het Al. … Dit is natuurlijk de kerntekst van het Thomasevangelie.
P177. De gnostiek kent een aantal kenmerkende fasen van spirituele groei: de dwaling [contact met innerlijke weten verloren], het midden [conflict met je sociale omgeving, bang zijn voor eenzaamheid, besluiteloosheid], het herstel [overgave aan het innerlijke weten] en de volheid [totale verbondenheid met al-wat-is, de ervaren werkelijkheid van de liefde].
P181. [Onze binnenwereld] … een plaats die onbereikbaar is voor anderen.
P182. En wie het wilsbesluit neemt om de liefde in de praktijk te brengen, in navolging van Jezus, ook als dat alleen maar een intentie is, een voornemen, zal al doende ontdekken dat er in haar of hem waarachtige liefde aanwezig is, als een wellicht onvermoede innerlijke kracht. Dat is de weg van het praktische handelen.
P184. De gnostiek belooft je dus geen verlossing van het lijden. Integendeel, om de eenheid met de Bron te kunnen ervaren vraagt dat onvoorwaardelijke overgave van het leven in al zijn facetten, verbeeld in de open handen van moeder Maria.
P185. Het huis, dat is gnostische symboliek voor het innerlijk van de mens. … Maar als je het verborgene in jezelf eenmaal hebt ontbloot en hebt leren kennen, dan kan dat niet meer stuk, want het is de werkelijkheid in jezelf. … Het loslaten van de lege schijn verandert je bewustzijn definitief, en daarvan is geen terugkeer mogelijk.
P188. Als erfgenamen van de Bron erft elk mens precies hetzelfde, namelijk de wezensgelijkheid met de Bron. … [We kunnen] zelfs tegen een medemens zeggen, sprekend vanuit je eigen wezenskern: ‘Jij bent mij in een andere vorm’.
P189. De oogst van de spirituele groei waar de teksten van Thomas over gaan is groot. Dit logion [73] is een uiting van verbazing erover dat schijnbaar zo weinig mensen zich ertoe zetten die oogst binnen te halen. … Word dan geen zendeling, maar bemoedig die ander om niet in jou, maar in zichzelf te geloven en zijn eigen weg te gaan.
P190. En het woord ‘de put’ dienen we te verstaan als de Bron van zijn, de oerbron van leven.
P191. In de gnostiek speelt egoloosheid geen enkele rol. Het is daar als begrip niet eens aanwezig.
P192/193. [Een verhaal over Mosje eindigt zo. God zegt:] ‘Weet je, ik ben Liefde, en ik kan niet anders dan je toelaten tot de hemel, want ook ik moet als God mijn bestemming volgen. Hier is iedereen altijd welkom. Dat je welkom bent, dat is de hemel. Dus, daar is de hemelpoort. Maar soms, als we elkaar aankijken, zul je de spijt in mijn ogen zien dat je niet geworden bent zoals ik je bedoeld had. En de pijn in je hart die je daarbij zult voelen, is misschien wat jullie mensen de hel noemen’.
P194. Alles, zonder uitzondering, is een manifestatie van de Bron.
P195. De reis is hier het symbool van het leven, van de levensreis.
P196. De vraag: ‘Waarom ben je op reis gegaan‘, betekent hier: … ‘Wat is de zin van je leven?’ … Maar kleren zijn ook het symbool van de betekenis die je zelf aan het leven kunt geven, als creatieve toevoeging aan het leven.
P197. Die aanvankelijk onvruchtbare staat van zijn, is die van de gevangenschap in de onwerkelijkheid van illusies van ‘een menigte’. De verstoting uit de ‘menigte’ kan het begin zijn van de weg naar een illusieloze staat van verbondenheid met de werkelijkheid.
P198. Als deelnemer aan de wanen van de machten of de menigte was je, in spiritueel opzicht, onvruchtbaar.
P199. Logion 56 [p149] gaat vooral over het intellectuele inzicht in de aard van de schijnwerkelijkheid, de schaduwwereld. Het doorzien daarvan is een belangrijk moment op het spirituele pad. … het intellectuele inzicht is geen gnosis. … Gnosis is de ervaring van het werkelijk bestaande, niet van het dode lijk maar van het lichaam, het levende lichaam van de werkelijkheid, ofwel de Christusnatuur van de werkelijkheid, of, … het werkelijk bestaande als het lichaam van Christus. … [Wie durft] vertrouwen op de eigen levende ervaring van de werkelijkheid in zichzelf …, die heeft in dogma’s, leerstellingen en alle andere waarheden niets meer te zoeken.
P200. Een koning is in de symbooltaal van de gnostiek iemand die de Christusnatuur in zichzelf heeft gerealiseerd.
P205. De beelden en verhalen [waaraan je misschien zo gehecht was] zullen verbleken in het licht van de werkelijkheid, in je eigen overgave aan het werkelijk bestaande. … De kaart is niet de reis, maar wel een middel tot voorbereiding daarop. Het recept is niet de maaltijd, maar leert je wat te doen hebt om je doel te bereiken. Het evangelie van Filippus zegt het zo: “De waarheid kwam niet naakt in de wereld maar gekleed in symbolen en beelden. De wereld kan waarheid niet op een andere manier ontvangen.”
P206. [Evangelie van Filippus:] Het is niet zoals de mens in de wereld, die de zon ziet zonder zon te zijn … Met de waarheid is het anders: je zag iets van die plaats en je werd gelijk aan hem … En wat je ziet, zul je worden.
P208. Gnostici zeggen dat Adam en Eva door toedoen van de Demiurg een spirituele dood stierven, en met hen alle mensen na hen. En de slang zien gnostici als een boodschapper van de God van liefde die de mens de gnosis wil brengen, zijn eigen kennis van goed en kwaad.
P209. Eva wordt in de gnostische teksten zelfs vaak beschreven als superieur aan Adam. … In de symboliek van de gnostiek worden Adam en Eva niet voorgesteld als afzonderlijke personen, maar als symbolen. Adam is het symbool van de mens, van alle mensen. Eva wordt beschouwd als het vrouwelijke symbool van de ziel. [Uit Het Geheime Boek van Johannes, Eva zegt:] “Adam, sta op en herinner jezelf. Volg mij, je eigen wortel.”
P211. Maar wie niet tot een ‘wij’ behoort, kent ook geen ‘zij’.
P214. [Slavernij aan het lichaam:] Wie zijn handelen geheel laat bepalen door zijn lichamelijke driften kan wel de illusie hebben een vrij mens te zijn – ik doe lekker waar ik zin in heb en trek me nergens wat van aan – maar die is in werkelijkheid een speelbal van luimen en begeertes.
P215. Plato verdeelde de werkelijkheid in twee zijnssferen, materie en geest. Dat is ‘de twee’ waar dit logion [87] zich tegen keert.
P216. [Luther, Stelling 3:] “Het besef van zondigheid is zonder enige betekenis als het niet de dood van het vlees bewerkstelligd.” … [ook Calvijn] sprak begeesterd over ‘de zondigheid des vlezes’.
P217. Het lichaam is niet goed, maar het is ook niet slecht. Het is er gewoon. Maar hoe ga je ermee om?
P218. Een spirituele traditie is op z’n best als een spiegel waarin je je eigen oorspronkelijke gelaat herkent. De beelden en de verhalen van een traditie kunnen een diep innerlijk verlangen in jou bevestigen, een verlangen dat jou naar de eenheid van de Bron kan leiden. Een spirituele traditie kan jou steunen om dat innerlijke verlangen te herkennen en erop te vertrouwen.
P219. [velen zullen een traditie] op een fundamentalistische manier benaderen. Dat zal altijd gebeuren met elke traditie. Daar hoef je niet aan mee te doen. … word geen gelovige.
P219/220. Dit logion [89] laat weten dat geen deel van de werkelijkheid kan worden buitengesloten. Dat is de essentie van non-dualisme. Niets van ‘dat-wat-is’ is in zichzelf goed of slecht. Het goede of het kwade behoort niet tot een domein van de werkelijkheid, maar komt voort uit het menselijk handelen.
P222. Want precies zoals je bent, in je eigen unieke eigenheid, met jouw talenten, ben je een gelaat van de Bron. En met je ware zelf ben je ook deel van de Bron, ben je zelfs de Bron.
P224. Je trouwe aanbidders, de honden, zullen grommend reageren als je zelf verandert en groeit.
P225. Bemoedig [de luisteraars] in zichzelf te zoeken naar datgene wat ze bij jou [de spirituele goeroe] meenden gevonden te hebben. […] [binnen de Joodse cultuur] gold als voornaamste kenmerk … de onvoorwaardelijke trouw aan de wet van Mozes.
P226. Maar de tekst ‘Wie zoekt zal vinden’ past niet binnen [het kader van de wet van Mozes]. … Maar deze tekst past ook niet binnen het christendom dat geheel op het geloof is gebaseerd. … Op eigen kracht … heet daar hoogmoed. … Maar waar moet je dan naar zoeken? Stel die vraag maar aan jezelf. Want er is in elk mens een vermoeden, een verlangen, een heimwee dat, los van elk uiterlijk gezag, je zal leiden op je spirituele zoektocht als je de moed hebt daarop, en alleen daarop, te vertrouwen.
P227. “Hij die zoekt is ook degeen die verlost. [uit Dialoog met de Verlosser] […] Rijkdom, geld, dat zijn in de gnostiek symboolwoorden voor gnosis. … leer [je medemensen] in zichzelf te zoeken en verlang geen zelfstreling als rente.
P228. Het mooiste is als die ander ervan overtuigd is zichzelf op eigen kracht gered te hebben, en jou verder niet nodig heeft. Dan heb je je werk perfect gedaan. […] Een bemoedigend woord, nu gesproken, kan soms pas jaren later verstaan worden.
P229. Maar onderweg op haar spirituele pad gebeurt er iets. Het oor van de kruik [vol met beelden, dogma’s, etc.] breekt af. De greep [van de inhoud van de kruik op haar …] verslapt, en zonder dat ze het zelf nog in de gaten heeft laat ze die los.
P232. Dit logion [98] gaat over de confrontatie met de sociale identiteit als dat een ondoordringbaar masker is geworden waarachter je ware zelf onherkenbaar is geworden. Dan is het ‘een machtig iemand’ en die moet gedood worden. … De lemen muur is het symbool van de afgescheidenheid van het valse zelf en het ware zelf. Door die muur moet je het zwaard des onderscheids steken om de rol die je in het sociale leven inneemt weer te verbinden met het zelf. Let wel: de muur hoeft niet weg. De muur moet doorboord worden. […] ‘Buiten’ is schijn, ‘binnen’ is echt […, één met de Bron, [233] … in jezelf ervaren waar de woorden van Jezus over gaan …, als het ontwaken van een innerlijk weten].
P234. Een vrij mens worden, een Christus in de gnostische betekenis, betekent niet alleen dat je je in de praktijk van je leven losmaakt van je ouders, maar dat je ook nog de verinnerlijkte beelden van je ouders loslaat. Daarna kun je pas echt een vrije relatie opbouwen, niet alleen met je ouders, maar vooral met jezelf. Dan kan er een ander ouderschap in jezelf ontstaan. Je wordt in zekere zin je eigen vader en moeder. Dat innerlijke ouderschap van jezelf is niet meer verbonden met je werkelijke ouders, maar met iets groters in jezelf, de koninklijke autonomie waarover in Thomas 2 werd gesproken, de Christus in jou. Vanuit die volwassen, vrije zelfbeschikking kun je weer opnieuw je werkelijke ouders opnemen in je gevoelens van liefde voor je medemens.
P237. Alle spirituele dieven hebben gemeen dat ze je zullen vertellen dat je op de een of andere wijze niet deugt en dat de ellendige toestand waarin je nu verkeert je eigen schuld is. … In plaats van te bemoedigen en je te wijzen op je eigen kracht, zullen ze je bevestigen in je slachtofferrol.
P238. Jezus wijst dat geloofsartikel [bidden en vasten] fel van de hand. De onverloste staat van de mens komt niet voort uit zonde, maar uit afgescheidenheid. [… symbolen bruidegom: handelen in de wereld, bruid: de ziel …]
P239. [Symbool hoer: je geeft je liefde aan een macht buiten jezelf.]
P241. Wie tot zichzelf komt zal ontdekken dat er iets groters is dan hijzelf dat hem welkom heet. Wie zichzelf kent, kent het Al, is een kenmerkende zegswijze in de gnostiek. Wie samenvalt met zijn ware zelf, zal ervaren gekend en erkend te worden door het Al.
P242. Blijf zoeken, maar zoek in jezelf, want daar kun je die [verborgen schat] vinden. [P243] En besef tegelijkertijd dat die schat ook in alle andere mensen aanwezig is, zodat jij kunt zeggen tegen elk medemens: ‘Jij bent mij in een andere vorm’.
P243. De akker staat hier symbool voor spirituele tradities. Spirituele tradities zijn bewaarplaatsen van doorleefde wijsheid. Maar niet iedereen die zich daarin verdiept herkent de wezenlijke boodschap. … En dan zijn er ook die een traditie gebruiken voor geldelijk gewin of voor macht. Zij verkopen de wijsheid van de traditie voor grof geld aan argeloze zoekers. Curieus genoeg houden ook zij de traditie in stand, en verspreiden die zelfs, hoe misplaatst hun gedrag ook moge zijn. Dus wind je daar niet over op. … Ga zelf ploegen in die overgeleverde akker van wijsheid met je innerlijk verlangen als richtsnoer.
P246. Het is een prachtig beeld, die hemelen en de aarde die zich zullen oprollen. Het verwijst naar het lezen van een boekrol. … We hebben als mens op sommige momenten toegang tot een ervaring die uitstijgt boven alle tijdelijkheid. Het kan dan wel lijken alsof je op een geheimzinnige manier als toeschouwer [247] buiten de tijd bent gekomen, in een tijdloze aanwezigheid. Dat is de aanwezigheid waar [logion 111] over spreekt. Dat kun je een mystieke ervaring noemen. In een term die bij de gnostiek hoort heet dat het Christusbewustzijn.
P247. Je kijkt om je heen en ziet hoe de hemelen en de aarde zich op- en afrollen als een boekrol, dat wil zeggen: hoe de tijd zich voltrekt. En het deert je niet. […] Vóór het prachtige slotakkoord van logion 113 nog een laatste waarschuwing: zorg ervoor dat je niet afhankelijk wordt, waarvan dan ook.
P248. En hier word je ergens afhankelijk van? Door er een idee over te hebben en je daaraan vast te klampen als een waarheid.
P249. Maar de opgestane in ons is voorbij elk begrip, voorbij alle woorden, hij is niet dit, niet dat. Je kunt hem dus niet inpakken in begrippen en woorden, en zo meenemen op je pad.
P251. Zodra je een deel van de werkelijkheid zijn waardigheid ontneemt, word je blind voor het geheel, niet alleen van de werkelijkheid buiten jou, maar ook voor die binnen jou.
Boek 3. De katharen, de bevrijding van de liefde
P12. Heel bijzonder vond ik het dat de katharen de vrijheid van geest verbonden met liefde. Liefde in gehoorzaamheid aan een gebod is geen liefde. Liefde is het goddelijke in de mens. Maar om die liefde te kennen moet men zich vrijmaken van elke uiterlijke morele dwang. Liefde kan alleen bloeien in vrijheid.
P22. [Willekeurig boek over kerkgeschiedenis:] “De gnostiek was een gevaar voor de kerk”. [… willekeurig gewoon geschiedenisboek:] “De golf van gnosticisme die het christendom in de derde eeuw dreigde te overspoelen, was nog gevaarlijker voor de kerk dan de vervolging door de Romeinse keizers.”
P25. … het voornaamste tegenargument [tegen de gnostici] dat de mens niet in staat is tot zelfverlossing
P27. [De gnostiek] is een spirituele traditie waar je als vrij mens wel of niet voor kunt kiezen. […] De gnosis is een innerlijk weten. … De gnosis is het innerlijk weten van de liefde.
P28. Wie zichzelf kwijt is, leeft als een slaaf van onpersoonlijke machten.
P30. Wie is de ware God dan wel? En hoe kunnen we die kennen? Die kan elk mens in zichzelf vinden als de bron van liefde.
P31. In het boek Job staat: “Wie zijn kinderen liefheeft kastijdt ze.”
P32. Naastenliefde zoals door Jezus gepredikt, vraagt niet naar de oorzaak van het lijden en steekt geen beschuldigende vinger uit naar de lijdende mens. […] Omdat de gnostici het lijden niet wilden herleiden tot het goede, spraken zij over een absoluut kwaad, tegenover een absoluut goed. Die twee ‘principes’ zoals de katharen dat noemden, kunnen niet met elkaar verenigd worden, vonden zij. Op grond daarvan werden de gnostici door hun bestrijders ‘dualisten’ genoemd. … Liefde en angst zijn elkaars tegenpolen, precies zoals goed en kwaad.
P34. [Plato] beschouwde het lichaam als de kerker van de ziel.
P36. De verlossing die de gnostici nastreefden was niet de verzaking van de materie, maar de bevrijding van angst.
P60. Voor Irenaeus stond de poort naar de hemel wagenwijd open. Je hoefde voor hem slechts te geloven om de genade van God deelachtig te worden. Augustinus [, ruim 150 jaar na Irenaeus,] barricadeerde de hemelpoort met de grootst mogelijke somberheid over de mogelijkheden van de mens zijn eigen heil te bewerkstelligen. … Calvijn en Luther beriepen zich later [na het matigen van veel standpunten door de RK kerk] nadrukkelijk op [Augustinus]
P62. Augustinus kwam tot de ontdekking, schreef hij zelf, dat angst en dwang niet alleen buiten de kerk, maar ook binnen de kerk noodzakelijk waren. Tot zijn spijt moest hij constateren dat veel christenen, evenals de heidenen, zo verhard waren in het kwaad, dat ze ‘alleen nog maar reageren uit angst’.
P66. [Een patroon dat zich sinds Augustinus zal herhalen:] de wereldlijke macht kiest partij voor die fractie binnen het christendom die uitgaat van een negatief mensbeeld. Hoe zondiger de mens, hoe groter de sympathie van de wereldlijke machthebbers.
P93. Het geweld in naam van het goede, dat is het ultieme kwaad, het Kwaad met een hoofdletter.
P103. [Kerkvader Tertullianus:] Arme Aristoteles, die voor deze mensen de dialectiek uitvond, de kunst om van alles aaneen te rijgen en uit elkaar te rafelen, een kunst zo aanmatigend in zijn aanspraken, zo vergezocht in zijn verzinsels, gestaafd met zulke holle argumenten, met zo’n overvloed aan loze beweringen, dat ze in zichzelf verstrikt raakt, alles besprekend maar geheel nietszeggend.
P106. Hoofdthema in veel hoofse minnezangen is de smart van het onvervulde verlangen.
P110. Occitanië was een multiculturele samenleving. Het is een van de weinige momenten in de geschiedenis van het Westen waarin de idealen van vrijheid en verdraagzaamheid in hoge mate praktisch werden gerealiseerd. … Juist de probleemloze pluriformiteit van de Occitaanse Renaissance is een van de opmerkelijkste aspecten daarvan.
P114. [Rond 1200] Keizers en koningen hadden gesidderd voor de dreiging van excommunicatie. Ze wisten uit ervaring dat een door de paus uitgesproken excommunicatie dramatische gevolgen zou hebben.
P115. [Bijdrage Aristoteles: ‘de uitgesloten derde’:] een bewering is óf waar óf onwaar; er is geen derde mogelijkheid.
P116. Ook verhelderend en betekenisvol is zijn tegenstelling [(van een Kathaar)] tussen twee werelden. Dat is niet die van materie en geest, zoals het dualisme van het Roomse christendom, maar de tegenstelling tussen de wereld van het kwaad en de wereld van het goede. Beide werelden zijn hier en nu, de wereld van angst en de wereld van liefde.
P118. Bernardus van Clairvaux [1090-1153, p121: oprichter van de uitermate strenge cisterciënzer orde] en later Dominicus [Guzmán, ?‐1221] wezen er beiden op dat juist de rechtschapenheid en de levenspraktijk van de liefde van de katharen de grootste bedreiging vormden voor de kerk.
P119. De katharen ontdekten dat die banvloek [van excommunicatie] een betovering is die alleen maar macht over je heeft als je erin gelooft.
P121. Het machtige wapen van ‘het niets’ is de angst, of zoals een oude gnostische tekst (Apocryphon van Johannes) het zegt: “Angst is de macht van de duisternis”.
P144. De katharen hadden hun geloof, natuurlijk, maar dat was niet genoeg. Ze hadden ook hun hoop, namelijk op de beloofde nieuwe hemel en nieuwe aarde. Waar het hen echter allereerst om gaat is de liefde. … Door de praktijk van de liefde, en alleen daardoor, onderhoudt men het christen-zijn.
P177. In zijn boek L’Epoqée Cathare, vergelijkt de Franse historicus Michel Roquebert de indruk die de slachtpartij van Béziers op het Europa van die tijd maakte, met die van de atoombom op Hiroshima. … Zoé Oldenbourg komt … tot de conclusie dat de Roomse kerk in Béziers haar morele autoriteit verloor.
P193. In plaats van elkaar lief te hebben, leerde de inquisitie de bewoners van Zuid-Frankrijk elkaar te vrezen. Die angst bleek een machtig wapen.
P201. Het totaalbeeld van het werk van de inquisitie toont ons een uiterst systematische hersenspoeling van de Zuid-Franse bevolking.